Spring naar inhoud

Brief (90) uit Schiedam

augustus 6, 2010

Papier, Blik, Plastic, Glas, Brood en Gft.

_DSC2466_20100605_2176

Met dit dominerende rijtje, daarmee werden we
tijdens de eerste dag van onze jaarlijkse uitbraak
uit het dagelijkse doen per direct geconfronteerd.
Een uitbraak, overigens, waaraan bijna iedereen
meedoet om te voorkomen te alledaags te worden
zo willen wij stellig aannemen, want welgemoed
hangt al die iedereen tijdens deze uitbraak lijf en
geest in de absolute fluitstand, moeten de ver-
stramde vleugels beslist gespreid, zal een deel
van de gewoontes geheel en al aan de wilgen ge-
hangen, doet geen kopje normaal zich in het ver-
kneukelende vakantielijf nog roeren, slaken armen
en benen zich met alle wil tot vreemde attributen,
kopt het hoofd zich tot nieuwe levensglans en zal
beslist in wolken verzeild alwaar het een machtig
toeven belooft te zijn. Kort genomen: van het dage-
lijkse asfalt zo hup de bloemenberm heeft men ff
maar even in te duiken.

Ook vriendin S en ik dus.

Want tegenstrooms eenvoudigweg maar bezig blijven
met het nooit eindigende werkgedoe? No change! Met
de massa meekloeken, het was ook dit jaar zowaar
weer een ons niet te ontkomen olijk lot van waaruit
we naar een boerderijcamping ergens in Nederland
opstoomden alwaar getoond rijtje (zie boven) ons met
niets ontziende sneer in de al weken opspelende va-
kantiemaag werd gestoken.

Toegegeven, wij hebben eh in principe niks tegen
rijtjes; een rijtje dichtbundels van een metertje of
wat in de boekenkast, het is ons een meer van ge-
not, een rijtje uitgenaste kunstwerken aan de muur,
het is ons een hoge duik, een rijtje bomen langs een
lindelaan, het geeft ons een bibber van welbehagen,
een fiks rijtje bestaand uit aanzienlijke stapeltjes geld,
geen probleem, een rijtje duursappige eigen auto’s
voor de deur, de hemel, maar een rijtje bakken ter
sturing van gedrag, het is ons als een God op de motor–
kap van dat rijtje eigen auto’s.

Geen wonder dat we direct de neiging voelden groeien
om alles wat we aan afval gingen produceren de komen-
de vier dagen (langer blijven we vooral niet op een cam-
ping, voordat de gezelligheidsrelaties tussen ons en de
andere uitbrakers zich gaan uitkristalliseren naar weder-
zijds op de  koffie komen willen wij graag subiet vertrok-
ken zijn) in één vuilniszak te plempen en die aan het eind
van ons verblijf aldaar gewoon als een eigengereid protest-
puntje op de i aan het rijtje toe te voegen.

Het bleef uiteraard bij een neiging. Zo’n dwingend rijtje,
dat negeer je namelijk niet zo makkelijk tussen de oerend-
harde gezamelijkheid van gezelligheidsrelaties. Om dat
te doorbreken, daar heb je toch een onbehoorlijk uit de
rij brekende moed voor nodig, en dat…

Wel kregen we een stroom fijnbeelden op ons tentdakje
geschoven van de hele dag tussen caravan en rijtje heen-
en-weer schuifelende nieuwe of ook wel ervaren bejaar-
den (wij gaan altijd in juni op uitbraak, dan is er nog ge-
noeg ruimte op de kampplaatsen, zijn reserveringen,
waar wij een enorme hekel aan hebben, nog niet aan
de orde en er toeven die periode alleen maar die net
nieuwe of al ervaren bejaarden) die, zo te zien, ook maar
even gelijk geen enkel probleem (levenservaring?) had-
den met het dominerende karakter van het op het va-
kantieterrein geplaatste rijtje vuilnisbakken ter danig
verplichte scheiding van hun afval. Waar thuis enkel
het glas gescheiden moet van de rest van het afval
waart hier bij de vakantieboer de eis dat je al het eigen
afval voor tent of caravan gaat zitten bepotelen naar
op zijn minst zes hoopjes die met een beetje geluk bij
het betreffende bordje in het rijtje (zie foto) willen
passen. Maar zie; ook al was het geen enkel probleem,
de nieuwe of al ervaren bejaarden hadden als snel de
strategie ontwikkeld om per afvaldingetje een loopje
naar het scheidingsrijtje te organiseren met betreffend
afvaldingetje (blikje, fles, stukje papier et cetera) in de
hand opdat ze maar niet hoefden te klauwen in eigen
afval. Een constante loop van bejaarden over de kamp-
plek was het gevolg. De hele dag pendelden ze van cara-
van naar rijtje bakken alsof ze ha een nieuwe levens-
bestemming hadden gevonden. In het begin was het
nog een traag schuifelen zoals bejaarden meestal plegen
te doen, maar al na een paar dagen zag je ze groeien
naar een al jaren door henzelf aan de kant gezette vitali-
teit. Werkelijk, ze leken al snel lichtjaren jonger door al
de onbedaarlijk heerlijk aan hen opgelegde bewegingen.
Echter, wat moesten wij er mee, gezien onze neiging. Nat-
uurlijk, je kan uit dit alles concluderen dat het echt heel
geweldig is, dat scheiden van het afval, goed voor het mil-
lieu alsook voor die vakantievierende bejaarden. Je zou
zowaar kunnen spreken van twee gezonde vliegen in een
klap. Of beter nog, voor een fris dubbeltje zitten op de eers-
te rij. Aan het glunderende gezicht van de boer lag het niet,
zijn wangen gloeiden van lieve vervulling dat hij dit, welis-
waar danig geholpen door de overheid, toch maar even voor
elkaar had weten te denken en ook nog met zulk een onver-
moed rijp resultaat.

En toch.

Ging het allemaal wel zo mooi zijn als het zich in eerste blik
vertoonde gezien de woekerende vergrijzing in ons land?
Want potdomme die bejaarden lopen zich met al die afval-
vuiltjes volgens dat nieuwe boerbeleid jaren jonger, blijven
dus een onnoemelijke berg langer leven en ze nemen ook
nog eens de ruimte, hier in dit landje toch al zo schaars, in
zonder ook maar een enkele economische of een ons-lieve-
landje bevorderende tegenprestatie nog te leveren.

Een fraaie gedachte hoor dat in alle liefde aarde, mens en
het milieu proberen te redden, echt heus waar. Maar wat
als de toekomstige generatie zomaar even dreigt te verstik-
ken tussen almaar niet op tijd doodgaande bejaarden. Waar
blijven we dan met dat schone milieu. Ware het niet beter
om de hele bups aan afval gewoon weer ouderwets in een
zak te plempen zodat de bejaarden gewoon weer als vanouds
tijdig doodgaan. Trouwens, was er onlangs niet een program-
ma op de verzaakbuis waarin door een vuilnisman, zo menen
wij ons te herinneren, glashard werd beweerd dat op de vuil-
verbrandingen die gescheiden zooi veelal weer evenzo vrolijk
bij elkaar wordt gedumpt. Waarmee eventueel maar kan ge-
zegd dat het, weliswaar onbedoelde, revitaliseren van al die
bejaarden behoorlijk schril en ongelukkig op de afvalscheidings-
schroeven komt te staan. En dan, wat is er nu mooier dan zo aan
het-op-tijd-zijnde-eind van je bestaan onderstaand schoon vers
met een lekker fors loszittend kunstgebit in alle gemoede post-
vitaal voor je uit te kunnen declamummelen:

Nieuw oud liedje

we worden oud
mijn hond en ik
vergeten soms te spelen

liggen op mijn schoot
nog wil ze wel als ik
’t leven hang te velen

gooi ik toch een bal
kijkt ze gelaten op ’t kan
ons niks meer schelen

streelt d’r kop mijn vingers
meldt ze zo ach slaap maar door
is er wat ik zal ’t je zeggen

dan mompel ik wat woorden
nog net nooit meer dan half
terug uit langgeleden oorden

uren dichtjes bij elkaar zo
zonder moeten stil
geen poot doen we verleggen

sla ik m’n ogen toch weer op
likt een slappe tong mijn hand
is ’t tijd haar vacht te strelen

dan krabbel ik van ’t leven broos
zacht haar verstilde oude kop al
grijs voor de dagen nog te delen

ja we worden oud
mijn hond en ik
we vergeten soms te spelen

Niets toch zeker?

From → brieven

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: