Skip to content

Brief (113) uit Schiedam

januari 7, 2013

Zo tijdens de kerst in een bezinning terecht te komen.

Dat zal!

Heus het is een bijna voorgeschreven wet.

Maar wat als je daarvan verschoond wil blijven? Er geen denne-
tak mee te maken wil hebben? Je het leven eigenlijk genoeg aan
leven vindt hebben? Of in ieder geval zoveel om er niet ook nog
eens een zakje gedachten over uit te schudden in een denkbakje
bezinning zo rondom het toch al bijna verplichte feest? Een bezin-
ning die je even een beter mens zal moeten doen voelen waarna
je het leven veel beter of zelfs uitermate goed zal kunnen lezen?

Wat mij betreft niet!

Maar eerst even een gedicht, om warm te lopen:

Zomerkleding zonder knopen

als de regen niet komt
de motorkap niet klemt
ratten plots in spleen doen

er ook verse eieren zijn
zeker een berg broodjes
en veel gras onder voorzichtige benen

de honger echter uitblijft
alle fietsers autorijden
het bankstel in lichterlaaie staat

als
als dit
als dit nu

eens waar mocht zijn

en men laaiend gebloemde kleding aantrok
dan gaat het op de televisie allengs gewoon

weer over neuken

A
ls je dit versje aan een mens laat lezen, erin als warme
boter natuurlijk. Maar of zo’n mens tot bezinning komt?
Een bezinning bijvoorbeeld over hoe hij het heelal moet
zien, de wereld, het land, zijn stad, buurt, straat, zijn eigen
leven, of misschien wel een ziedende bezinning over hoe
zijn eerste verliefdheid wél had moeten zijn. Een verliefd-
heid overigens, die hij mooi nooit meer vergeet zo zegt
men gevraagd alsook ongevraagd altijd heel reup met
een blik van verlangen waarvan de ogen heel raar gaan
staan. Net of men vanuit een poel gevuld met zwarte olie
opkijkt naar iets wat er niet meer is maar toch nog bestaat.

Graag wil bestaan mogelijk zelfs.

Dat is wat mij betreft geen bezinning.

Dat is geniks over niks.

Stel dat ik die bezinning toch wil aanvangen van zo’n eerste
verliefdheid, maar dat hele ding al lang vergeten ben, heel
die olieogenramp niet op de rol kan krijgen de rest van mijn
leven en ook de verlichte periode van kerst in dit opzicht ge-
heel zonder zal moeten doorbrengen. Is dat dan een ramp?

Ja zult u wellicht zeggen.

Nee zeg ik.

Want zie nu toch eens dit gedicht over bejaard zijn:

Een bijzonder grappige  situatie

muziek stuit op
nooit ingeschakeld  hoorapparaat
want de bovenste steen mag wel

weer  onder

op late stemming
in de plots nieuwe kamer

waarin een riem tegen wegvallen
een inrichting  vreemd
een deuropening nieuwe gezichten

raam  onbekend

heus niet altijd donkere lucht

wel al meer zwaan soms
bij veel muur
in het hoofdvertrek gezet

Dan stel je toch: Bezinning?

Je knalt gewoon bij ouderdom een paar zwanen in je hoofd voor
de muur en hup het rampje is gewassen. Weliswaar moet je wat
aan de vreemde inrichting wennen, maar hel, die zwanen maken
alles goed.

En zo ook is er altijd wel een zweempje hoop ergens uit te peuren
zonder direct alles op een oerend diepduikende bezinning te gooien.

Zelfs uit zoiets als de kerst.

Ofwel: de onderste steen hoeft niet steeds maar boven.

Of toch wel?

Advertenties

From → brieven

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: