Spring naar inhoud

Huis geverfd

mei 23, 2013

Het begon pas echt nadat ik met een hamer
de pootjes van de kat aan gort had geslagen.
Tot dan toe had het geen enkele kans gehad.

Mijn leven.

Dus liet ik de kop van de hamer na de daad
omsmeden tot een brede band. Om de pols
te dragen. Mijn pols.

Drie dagen na het smeden zat ik in het gevang.
Al  heeft dit geen enkel belang voor mijn leven.
Een kleine week later namelijk was ik weer vrij.

Men had zich nogal vergist.

Uit het gevang wilde ik diep.

Eens danig onder de zeespiegel rondsprokkelen
leek me het juiste begin daartoe. Groots en vrij
zogezegd. Twee drie decimeter. Dieper kwam ik
niet. En dat fijne vrije bleef ontstellend weg met
zo’n luchtcilinder op je rug. De vissen ook dull.

Dan maar een straat beleven in een te iele auto.
Rood met witte stippen. Maar spillebenen had ik
al uit het water zo bleek mij de logische volgorde.

Dus bouwde ik een vliegtuig.

Omdat er geen rem op zat werd ook dat niks
volgens de verkeersleiders. Ze wezen naar
beneden. Daar hing een fiets op slot tegen
de flank van een onaardig versleten paard.

Een oude man aaide de fiets.
Liet het paard ongemoeid.

Het paard kreunde de fiets van zich af. De
oude man liep door want een ha meisje in
minirok keek alsof ze beslist!!! niet geaaid
wilde worden. De stof gaf haar rijke heup-
lijf voldoende ruimte.

Later dronk ze vast thee.
Met uitzicht op opa.

Beetje hongerig stap je van zoiets een patat-
zaak binnen en biedt op een hele koe. Dat
wilde ik. Alleen een koe in stukjes was er.
Broodje kroket dan maar. We kunnen er wel
een bestellen. Dat hoefde voor mij niet, een
meisje had ik ook nog niet gehad zo zonder
echt begin. Aldus verdronk er in het kanaal
een vis. Het dier was niet geleerd hoe kieuwen
werken. De burgemeester (ook van het kanaal)
sprak de hoop uit dat dit niet heel veel vaker
ging gebeuren. Jezus had al ’s iets met vissen
uitgehaald.

Terug naar moeder. Geen optie. Ik zag haar
al staan met die manke kat in haar handen.

Achter het enorme burau stond een lege stoel.

De secretaresse en de stoelzitter waren gaan
lunchen. De telefoon rinkelde niet en op straat
speelde een mier met de schone gedachte een
klinkklare hoop op te werpen. Van tussen de
naden om de tegels verzamelde het dier gelikte
korrels zand.

In de fabriek maakten ze lepeltjes.

Er moest toch wat.

Toen ik mijn huis niet meer uit kon vanwege
de lepeltjes volgde ontslag want het gevang
had ik al gehad. De lucht kreeg een eigenaar-
dige gele kleur. Net of van Gogh tegen een
onnoemelijke hoge ladder op was geklommen.

In een kamer renden twee mensen om een
modelspoorbaan. Ruzie of gewoon wat geil.
De bakker stond al zijn hemden te verkopen.
Van brood en meer bakspul dus veel sprake.

De buurt wilde even geen vis meer.
En ik ving mijn huis te verven aan.

Zonder de lepeltjes was er weer ruimte. Het
huis brandde niet af. Zonk wel wat weg in de
aarde. Het geverfde was niet geheel en al voor
niets dus kwam ik vader tegen. Hij was ermee
verlegen. Moeder is dood maar nog altijd niet
bereid je te vergeven en zullen we het dak nu
repareren. Maar ik had net mijn huis geverfd.

From → gedichten

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: