Spring naar inhoud

Brief (120) uit Schiedam

april 14, 2015

Je hoort nogal eens; hij/zij is een van de beste
kunstenaars van de twintigste eeuw, of een van
de beste schrijvers van de twintigste eeuw, of
fotograaf, of dichter, filosoof, wetenschapper et
et et et et et et et et et et et et et et et et cetera.

Hij wordt ja rondgestrooid als dure broodjes,
deze titel.

En dat is natuurlijk allemaal schoon en ha ge-
weldig en zo, maar de kwalificatie een van de
beste te zijn houdt in dat er ook nog wel wat
anderen een van de beste zijn te zijn. Er dus
irritant genoeg zo mogelijk nog een hele zwik
meer zijn te zijn. Alleen wordt dat zwikje bij zulk
een gelegenheid nooit genoemd. Wie dat zijn
blijft fraai in het duister.

Een medaille zonder goud dus eigenlijk.

Ik zou mooi alleen maar alleen de beste willen
zijn. Een van de beste, daar kunnen ze wat mij
betreft een van hun allerbeste potten mee op.

Echter, omdat in mijn geval ’t taalbeest waar-
mee ik soms doende ga om de beste te zijn
nogal eens op weerbarstig gaat, zelfs als ik
met overvol gewicht aan d’r a tot z-tje ga
hangen, is dat de beste zijn of worden zo-
waar effe geen peulenschil. Al die woorden,
al die combinatiemogelijkheden waaruit zin-
nen kunnen groeien, verhalen of gedichten
zich kunnen wringen, essays zich wroetend
uit hun schulp schrijven. Een mens zou er-
van streng in een dikke huid duiken om tot
niets meer hoeven te komen in al die veel-
heid dan alleen verstomd om te vallen naar
een ruststand zonder ooit nog een be-
reidwillige pen per strekkende meter over
papier te trekken, om zich daarna in een
roesgoedje onder te dompelen waarin bij-
voorbeeld Schiedam, met het produceren
ervan, toch wel een van de beste heet te
zijn. Een roesgoedje ook, altijd wel ergens
glorend in een rijkelijk gevulde fles op plank,
kast, la of dat in een of andere graag half in
het duister verscholen barretje een plukje
makkelijk te vinden is en waarin, na veel
leegslobber, het taalbeest als vanzelf zinkt
naar de bodem van fles of glas waaruit op
den duur alleen nog geen touw aan vast te
knopen opstijgt zich nestelend in een gelal
oeverloos tussen liederlijk natte lippen uit
walmend met een gemak waarbij iedere
grens in alle aandoenlijkheid verloren lijkt.

Maar eh…, gesproken over het taalbeest:

Lief lijf zo zie ik hier op de omslag van een
bijlage (januari 2015) van het dagblad Trouw
staan. Bij de inhoudsopgave staat onder dat
Lief lijf ; ode aan ons lichaam en daar weer
onder zegt Isa Hoes, onder het kopje levens-
lessen van Isa Hoes, stralend alsof ze net wat
God ontdekt heeft dat haar lichaam weer met
haar praat. En dat is fijn voor Isa en voor haar
lichaam, want ha ben je alleen kan je toch lek-
ker even met elkaar babbelen of zelfs in een
laaiend goed gesprek raken. Misschien is of
wordt Isa ook wel een van die beste met zo’n
heel graag en fijn zelfbabbelend lijf en is het
taalbeest helemaal niet zo moeilijk te hanteren.

Eh… Ik ga er maar niet voor, de beste te zijn.

From → brieven

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: