Skip to content

Brief (131) uit Schiedam

november 14, 2016

Zo, eindelijk een muizenval gekocht. Niet
zo’n ding waarin een muis direct met huid
en haar aan de martel wordt overgeleverd
tot een verlossende dood er op volgt. Eerder
een fraai kooitje is het, waar het muisje op
zijn of haar gemak tijdens een gedwongen
verblijf het te grote stuk kaas dat ik er hoop-
vol in heb gestoken tot moes kan verknab-
belen om daarna door mij, toch zeker dé
dierenvriend, vrij te worden gelaten op
een plek waar hij of zij niet bang hoeft te
zijn dat er direct gevaar dreigt zoals daar
bijvoorbeeld kan zijn een volgevreten kat
die met het muizenspul dan maar uit ver-
veling gaat dollen tot dodens toe. Dollen ja,
want zo’n huiskatvetplofvel krijgt met de
beste wil van muisvreet geen hap meer door
het fijn verwende keeltje van alle graag in
de bek geschoven luxe blikvoer zo liefde-
vollerig door het naïeve en altijd erg klaar
staande baasje naar de eisende kaken ge-
serveerd als was het een geliefde die op ieder
spinnend klaagzuchtje als de donder bediend
hoort te worden.

Een muizenval dus, want helleluja er scheuren
namelijk nogal wat van die grijszakjes in mijn
huis rond sinds een paar maanden. Een kek
vangoptrekje vroeg al een hels tijdje om de
hoogste prioriteit. Een vangding waar de staart-
hompjes zoals gezegd met het allermooiste ge-
voel van ha fijn lekker even zonder zorgen naar
binnen kunnen schreden om aan een, door het
muisspul nog nooit beleefde, feestdis te gaan
zo was heus echt waar mijn diervriendelijke
gedachte bij de aankoop van dat zo schone
muisvanggebouwtje een kleine week geleden.

Een fikse dierenvriend, ik dus.

Echter en ja hoor, dan komt natuurlijk danig
de werkelijkheid met uitgestreken smoel om
de hoek kijken en doet zich een fikse berg
anders piepen dan de bedoeling was bij deze
muisvangonderneming. Een week of wat na de
kooiplaatsing namelijk knallen ze racend overal
nog steeds rond die grijsbakken, ja verdomd in
elk hoekje van het huis kan je ze de hand wel
schudden hadden die knaagrampen daarvoor
de juiste uitrusting van moeder natuur gekregen.

Overal zag ik ze!

Behalve natuurlijk in het glimmende kaasop-
trekje door mij zoals gezegd diervriendelijk
met verdorie de meest exclusieve kaasstukken
opgefleurd!

En dan blijkt de aaibaarheidsfactor toch nog
wel heel snel tot het uiterste nulpunt zo te
dalen dat er van lieve kooitjes voor die beest-
muisjes even mooi geen sprake meer gaat
zijn, dat heel die dierenvriend onbedaarlijk
rap verbouwd wordt tot een verdelger van de
ergste soort. Dat er dus ff geen mogelijkheid,
hoe gruwelijk ook, door mij geschuwd is om
die verdomd aanwezig blijvende knaagzooi
zo snel mogelijk totaal om zeep te slopen  tot
heel ver onder nul.

In de door mij aangeschafte glimmende kooi
heb ik tenslotte na de uitroei een speelgoed-
muis gezet die op een weekje al beroerd naar
alle denkbare kaassoorten zo begon te stinken
dat ik ook dit geval heb terug verbouwd tot een
hoopje uitgebluste watten en een zielloos lapje
grijze stof.

Werner Spaland

 

 

Advertenties

From → brieven

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: