Skip to content

Brief (132) uit Schiedam

oktober 14, 2017

Stukje.

Of:

Waarom koeien nooit ’s ff omhoog kijken.

Een hoge berg waarop een wat lallende koe
’t wil naar het schoon gewaande dalletje toe
te vol van al te dolle malse groene weiden
wil ze, toch koe, een leven als koe weer leiden
over de rand kijkt ze heimweeïg naar beneden
totaal en knots in de war haar brein versneden
potver hogerop is weinig graas nog te behalen
hier moet ik als koe ja te duur mijn lot betalen
zo in het hoog te leven is zo niks ik geef het op
dacht ze almaar droever wordend aan de top

heus de weiden bleven in haar kop fiks dollen
nog een tel en ze ging verdomd de berg af rollen
op tijd bedacht ze dat d’r hoeven zullen splijten
deed ze zich onvervaard van de berg af smijten
om van haar tieten sowieso maar niet te spreken
danig zullen ze van het hevig dalen openbreken
net zo haar staart al sloeg ze die om elke boom
’t hielp haar mooi niet aan een reddingsdroom
van ’t geraas alsook gedonder snelden haar poten
als luciferhoutjes knakknak volledig naar de kloten
haar kop ja sloeg alras flink tegen de berg tekeer
geen sappig weitje vloeide in haar hoofd nog neer
haar ogen trouwhartig als ze veelal kunnen zijn
gebroken op de bergflank vergingen ze van pijn
haar buik waarin een kalf zou moeten groeien
er gingen stenen van de flank in liggen knoeien
ja zelfs de horens kraakwreed zouden ze bonken
nooit meer om een fraaie puike stier nog lonken
zo’n lief zou van haar lijf te mies van het kraken
de gedachte aan een fikse stootpartij ras staken
zo bekeken is het wellicht ff beter niet te lallen
toch zou ze,  heel koe, nog eens graag bevallen
edoch t’ dal zal naar deez donkere feiten gekeken
heel dra uit haar koeienkop toch moeten breken
aan de top verdomme heeft ze te blijven hangen
stil berustend in haar eigen erge lot gevangen

een zwaluw frank en vrij boven haar gevlogen
wiebelde met z’n snelle staart van mededogen
ook de wolken werden plots grijs van zinnen
en hielden als troost hun regenbuien binnen
de zon echter deed al het loos gekoe met felle
stralen te grof naar prut en pruts verschralen

en zo werd het natuurlijk chaos daar kon je
de graastijd op gelijk zetten, een koe met van
alles boven haar kop en in te groot verlangen
onder de horens daar wil het leven dolgraag
wel een tikje aan gaan tornen tot zelfs  aan
de naden van de evenaar want een koe op de
top van een berg is geen pakje van een cent
nee zeg daar zou sinterklaas zich zelfs aan
vertillen al kreeg die oude bak alle hulp van
de Kerstman er gratis bij, chaos alom daar op
die bergtop dus waar ook de sterren de maan
en zelfs sterrenstelsels een deuntje in het zakje
er heel graag bij gierden, zo’n uitgelezen kans
was in het hele heelal nauwelijks te grijpen;
een koe helemaal opgeklommen naar de top
die voor alle graasvezels in d’r melklijf naar
het dal terug wilde daar schudde zowaar de
eeuwigheid zelfs een stevige ribbel van op,
het is dat God niet bestaat anders had Hij er
zich ook nog heilig tegenaan gaan zitten be-
moeien in een almacht Hem in alle ril aan-
gewreven door ons mensen omdat we zelf,
net als de koe, al te bang zijn om geheel op
eigen topje door het leven te tuffen, enfin
de koe raakte zoals we zagen van dit alles
een stormpje in paniek en flikkerde zichzelf
dus ondanks of juist dankzij al die bemoeie-
nis van zwaluw, wolk en zon boven haar
bedrukte kop in onmacht van de berg af
met toch wel ff de belangrijke kanttekening
dat niet hoeft benadrukt dat het ongerijmde
hierboven in rijm gegeven zich op de koe
aanvloog met een wellust die bijvoorbeeld
alleen stieren zich kunnen permitteren in
een plots door een tochtige koe veroorzaakte
geile bui omdat ’n wiefke met vol bescheten
dijen tochtig hem willig staat aan te lonken
als was het Brigitte B. in hoogst eigen per-
soon die zoals bekend hier en daar wel een
paar mannen het hoofd op hol bracht in het
verleden daar echter al een tijdje mee klaar
is in de hoedanigheid van oude dame die ze
nu is en vandaaruit marmottige dieren onder
de buikjes kietelt ter compensatie en heus
wel ook om het erge feit dat wij mensen nogal
onaardig tegen dieren kunnen zijn zo voelt ze
heel eerlijk waar tot in haar graag niet gewilde
rimpels en zo ook past in dat beeld de onfor-
tuinlijke koe voor een deel als voorspeld be-
hoorlijk aan flarden gehusseld door de steile
en ruwe bergflank zodat de altijd bereid zijnde
stier zich zoals ook al voorspeld in rap tempo
van haar afdraaide en deze hele van top naar
dal stort een diepe treurnis voor haar ging zijn
en ze nooit meer haar blik zal op richten om
’s even te kijken wat er allemaal gebeurt daar
boven haar van gras en graas vervulde kop.

From → brieven

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: