Spring naar inhoud

Brief (133) uit Schiedam

maart 15, 2019

Suikerbroodjes

Knappe koppen die daarvoor vervelend
lang op school hebben rondgedwaald en
daar tijdens het jarenlange dwalen in
gigantische gebouwen vol leerstof hebben
opgestoken dat zout en suiker bij een te
veel aan inname zeer slecht is voor ons
onverzadigbare schrokkoppen die we
zijn en er dus een waarschuwende ge-
leerde vinger naar ons veel vreters over
opsteken zodat… Nu ja, nou wil het zo-
maar zo zijn dat er een mijn buurvrouw
Ketelbaars was die volgens deze knap-
perds in die categorie van zoetvreters
eh nogal perfect paste. Want namelijk
te gek was ze op suikerbroodjes. Wel tien
per dag werkte ze er met groot genot naar
binnen. 35 sleepte ze er tweemaal weke-
lijks haar huis in. Meer dan die 35 broodjes
per keer kon ze niet dragen anders waren
het er zeker twintig per dag geworden zo
was het vermoeden in de buurt waar
ze als een overvol tonnetje rondliep
om die broodjes binnen te slepen. Een
bijna folkloristisch gebeuren was het
inmiddels die buurvrouw over de
straten te zien glijden als was het
een buitenproportionele slak die
zich moeizaam voortsleepte als had
het dier een voor haar doen veel te
groot huis mee te slepen daarbij een
slijmspoor van zweet op de stoep
achterlatend dat toch zeker door
meer dan de helft van de buurt-
bewoners met een grimas van een
half verborgen vies op hun gezicht
werd gedoogd ook al leek het spoor
een beek vol ernstig vervuild water.
Nee, geen buurtbewoner was er die
er over klaagde of zelfs ook maar
op het idee kwam een luidruchtige
mars te gaan organiseren om dat hele
gedoe van dat slijmspoor te doen
verdwijnen. Verholen grimassen
van vies op gezichten te over, maar
niets, verder helemaal niets dan dat.
Een ietwat opgelegde sfeer voor de
lieve vrede zo leek zich dag en nacht
door de buurt te wurmen. Tot er op
een dag een zeer bezig iemand in
de buurt kwam wonen die niets
van suiker moest hebben, ja, zelfs
er zijn levenstaak van had gemaakt
heel die erge zoetboel de wereld uit 
te helpen. En kijk, zulke doortast-
mensen als die nieuwe anti-zoet-
bewoner daaraan had het stadje,
zonder het tientallen jaren te
hebben beseft, behoefte, want
door een persoon mogelijk wat al
te makkelijk opgerakeld worden
was toch een duiding van de boven-
ste plank mag er gezegd. Want de
nieuwkomer werd al bij de eerst-
volgende verkiezingen knap rap
verkozen tot wethouder ter
beheersing van de voorkomende
slijmsporen, uit het suikervrouwtje
gezweet, dadig op de stoepen
aanwezig. Eenvoudig is zo te
raden dat die luidruchtige mars
tegen dat suikernatte slijmspoor
er toch kwam aangewakkerd 
door de nieuwe bewoner alsook
wethouder die al snel de anti
zoetboer werd genoemd. Heus,
de buurt was er direct massaal
voor in. Wel werd de morgen
van de mars het suikerbrood-
vrouwtje dood in haar huis ge-
vonden. De avond ervoor was
ze vermoord door een fanatieke
aanhanger van de anti suiker-
wethouder zo bleek al na een
paar dagen van gedegen onder-
zoek. Het gevolg was natuurlijk
dat de aanhang van de kersverse
wethouder hierdoor al snel slonk
tot helemaal geen draagvlak meer
voor zijn niet- zoetbeleid. Echter
een bezig ventje blijvende liet de
nieuwkomer daarom rap een
standbeeld van suiker door een
plaatselijke kunstenaar in elkaar
flansen dat sterk moest lijken op
het erg vermoorde suikerbrood-
vrouwtje dik zittend op een berg
suikerbroodjes.

Bij de onthulling sprak de bezige
wel de hoop uit dat het niet zou
gaan regenen. Maar God, die het
sowieso even niet kan hebben dat
er beelden gemaakt worden die
populairder zijn dan Hij liet het
uiteraard al een paar minuten na
de onthulling regenen als wilde Hij
voor de tweede keer de zondvloed op
aarde veroorzaken ondanks Zijn be-
lofte (via een vet regenboogje als hand-
tekening onder het contract dat Hij zo
met de mensheid sloot) het nooit meer
te doen. Bijna iedereen in het stadje
werd door het breken van die regen-
boogbelofte totaal goddeloos en men
liet het armzalig overgebleven hoopje
van het verregende suikerbeeld nu
God er uit verjaagd was in de kerk
plaatsen zodat daarna iedere zondag
rondom het verregende hoopje samen
gekomen kon worden om broodsuiker-
vrouwtje te gedenken. Veel gehuild
werd er daarbij. Een spoor van zoute
tranen bleef na elke zondagsdienst
op de straten achter. Alsof het
suikervrouwtje er weer rond liep
te zeulen met d’r tassen, alleen nu
vol met pakken zout.

De straten verzouten er behoorlijk
ernstig van. Een hartverscheuren-
de roep om zoet klonk er al snel
op in het stadje als broodnodige
tegenhanger van al dat traanzout.
Maar de wethouder, volhouder
tot en met, liet nu door dezelfde
kunstenaar een beeld van een
berg zout beeldhouwen dat
een zoutstrooier uitbeeldde dus
vond er een tweede moord plaats
waar geen traan om werd gelaten,
alleen de vrouw van de wethouder
huilde alsof ze het stadje totaal
wilde laten verzuipen met haar
tranen nu haar man dood was.
Echter al een dag na de moord
stopte ze met de tranensproei
daar ze ontdekte hoe fijn het
leven wel niet was zo zonder
die bezige dreutel van een man
waarmee ze al twintig jaar was
getrouwd en die verdomme ‘n 
alles overheersende man was
geweest. Ha, ze ging het er eens
flink van nemen met de mannen
in de buurt die, ook al gingen ze
iedere zondag naar de kerk, graag
op haar avances ingingen want het
was, zoals in de kroegen van het
stadje werd gelispeld, een heerlijk
zoet en suikerbroodjeslekkerwijf.
Het schijnt in de verhalen die de
ronde deden dat men het verregende
beeld van het suikerbroodvrouwtje
op haar berg in de kerk uitbundig
heeft horen schateren van het
lachen waarbij de tranen over
d’r dikke lijf liepen, maar dat kan
natuurlijk ook een fabeltje zijn, of
door een lekkage in het dak van de
kerk gekomen zijn of zo, die tranen.
En God van de regenboog vragen
naar de waarheid was er niet meer
bij sinds Hij door de ongelovig ge-
worden gemeente uit zijn kerk was
gegooid, dus blijft dit verhaal zonder
een tuitje waarheid zitten over die
verrekte tranen, iets dat sommigen
van de gemeente toch weer schoor-
voetend een beetje tot het geloof
bracht en er een hedendaagse
beeldenstorm op touw werd gezet
om dat haf verregende beeld van
dat verdomde, zogenaamd jankende
suikerbroodmens in puin te slaan
zodat de vorige goddelijke Eigenaar
weer in hun kerk kon gaan wonen
en werd alles bijna weer zoals het
was.

 

 

From → Uncategorized

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: