Spring naar inhoud

Brief (135) uit Schiedam

september 21, 2019

Laatst kreeg ik een vraag van iemand
hoe het met een gezamenlijke vriend
ging van jaren geleden.

Ik antwoorde dat het prima met hem
gaat en dat hij nu lekker relaxt woont
in een urn.

Verbazing en verbijstering uiteraard
op het gezicht van de vrager die even
later boos wegliep onder het gebrom
van dat ik een idioot ben om zo met
iemands dood om te gaan, er zulke
grappen over durf te maken om een
beetje leuk uit de hoek te komen ten
koste van die vriend uit het verleden.

En ja, ik vond het wel grappig om een
beetje luchtig te doen over de dood op
dat moment, zo lang al was er geen
contact meer geweest met die nu zo
relaxte urn-bewoner dat de dood in
dit geval geen zwaar onderwerp meer
hoefde te zijn.

Mooi niet dus zo bleek.

Na mijn dood mogen zoveel grappen
gemaakt worden als maar mogelijk is.
’t Liefst al rondom de kist waar ik als
vers lijkje in zal liggen. Hup, laat de hele
leut maar stromen, ik hoor het toch niet
en voor de mensen die zich sowieso al
achter mijn rug over mij vrolijk maakten
zal het een bevrijding zijn het nu ronduit
in mijn door professionals opgekalefater-
de doodskop te kunnen doen met een wel-
daad o zo gezond voor hun ha nog enig-
zins springlevend lijf al kijkt de dood er
ook al jaren verlekkert naar zonder dat
ze het in de gaten hebben omdat hun
ijdeltuiterig kleedspul de totale afbraak
nog een stevig stuk verdoezelt maar
waar de dood natuurlijk loeidwars door
heen loert.

Maar goed, even iets anders.

Iets over mijn schrijfwerk dat ik in
de loop der jaren op papier heb ge-
smeerd en waartegen ik een alles-
ziedende weerzin kreeg tijdens het
knalharde verglijden van de tijd.
De hele bups mag met een alles
oppeppende lach van oor tot oor
vernietigd. Want een spoor achter-
laten na je dood ach het zal best
wel okay hebben te zijn, maar een
beschamend spoor in je afgeleefde
kielzogje hebben daar ga ik in mijn
urn verdomme wel een wijle van
wakker liggen in zoverre liggen in
zo’n gekleide bewaar-pot te doen is.
Wellicht is het mogelijk de hele
papieren bende in de verbrandings-
oven van het crematorium te
gooien onder mijn kist en mij
daarop verbranden, kan ik toch
nog een laatste moment een warm
plezier er van hebben, van die zooi.
Al is er, zo bedenk ik me nu, dan
wel het bezwaar dat ik met dat be-
schaamspul, samen met mij ver-
worden tot as, in mijn urn op-
gescheept blijf zitten. Godver,
wat een dilemma’s brengt zo’n
dooie dood toch met zich mee.
Nu ja, laat het dan maar blijven
bestaan, liever de wereld dan ik
die er mee heeft te blijven dealen.






From → brieven

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: