Spring naar inhoud

Brief (136) uit Schiedam

september 27, 2019

In de vorige brief wat over de dood gebabbeld,
luchtig, want wat niet te vermijden is daar kan
je beter maar een roompraatje over brouwen.
Zo ook met het feit dat zo’n anderhalf jaar ge-
leden een cardioloog tegen mij zei dat het een
wonder is dat ik nog leef, sindsdien ben ik zo-
gezegd een wonderlijk wonder terwijl ik altijd
de overtuiging in mij levend hield dat wonderen
beslist even niet bestaan, dat ze tot de wereld
der fabelen behoren. Nu ben ik er dus volgens
de medicijnman snotver mooi even zelf een.
Ja, zelfs een die bijna twee jaar na de uitspraak
van die ziekenhuisdeskundige op het gebied
van het hart (en  ook van wonderen dus) nog
altijd voor een wonder mag spelen. Ik denk
dat ik er een puik handeltje van ga maken en
mijn huis open stel om mij als wonder tegen
een kleine vergoeding eens fijn te laten be-
wonderen. Trek ik gewoon een lang wit hemd
aan net zoals dat gedoe bij Lourdes met die
beroemde witte verschijning dat door een
bleu meiske gezien werd in een grot en waar
heel de wereld nu op afrent om wonderbaar-
lijk te worden genezen van wat dan ook.

Ha hele volksstammen zullen zowaar ook tot
míj komen en in mij als wonder gaan geloven,
ik zal me daar even vet rijk van worden zeg
en dat cardiootje kan me wat met zijn je had
heel veel al lang hartstikke dood moeten zijn. 

 

From → gedichten

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: