Spring naar inhoud

Brief (144) uit Schedam

oktober 30, 2019

Een oudere en een jongere zus.
De zogenaamde pleegmoeder
was de veel oudere van de twee,
de jongste negentien jaar en van
een knoeiende schoonheid; de
erotiek lekte er met niet aflaten-
de stromen van af. Vlammend
lange lokken rood haar deden
er nog een bedwelmend schepje
bovenop. Een paar weken nadat
ik in het gezin was geperst door
een mij aangewreven voogd zei
de jonge tegen de oudere zus
dat ze die nacht bij haar in huis
bleef slapen. En zo geschiedde
het dat ze zo rond elf uur plots
tussen de lakens van mijn bed
schoof met de woorden ik heb
het koud. En zo geschiedde het
dat ze plots naakt tegen mij
aanlag en ik naar het uiterste
randje van mijn bed schoof en
zei niet begreep waarom. En zo
ook geschiedde het dat ik niets
kon of durfde zeggen over de
geweldige seksuele opleiding
die ik in het tehuis had genoten
middels  een paar al te geile
groepsleiders alsook met de
medewerking van de manke-
poot die mij de stevige angst
van geen meisjes benaderen
knalhard in m’n puberlijf had
doen groeien. Kortom zo ge-
schiedde het dat het hele bed-
gedoe op niets uitdraaide.

Volgens  de cardio gisteren gaat
het naar omstandigheden rede-
lijk wel met mij, ik heb er weer
een half jaartje bij gekregen zon-
der me om de  plaatsing van dat
hartpompje te hoeven bekom-
meren. Beter nog, het hele ding
kwam niet eens ter sprake tijd-
ens het spreekuur. Goed, waar
mij twee jaar geleden nog werd
gezegd dat ik een wonder ben
vanwege het feit dat er nog flink
wat beweging in mij ronddoolde,
mag ik nu dus weer wonderloos
zes maandjes verder plonzen in
dit bestaan waar de Trumpen,
de Erdogannen, de Putinnen,
de Kim Jung Unen, de Johnsons 
en nog wat andere loslopende
veel te bezige mannetjesputters
rondwaren als zijn ze eigenaar
van de wereld. Wat dat betreft
is er weinig reden tot juichen.
Maar komaan zeg, ik leef nog.
En het eigen leven is het enige
waar een mens zich echt om
bekommert zo las ik geloof ik
in een essaytje van Montaigne.

Dat het stel waaruit ik voort-
gekomen ben tot mislukken
gedoemd was komt zo vermoed
ik mede omdat de moeder Duits
was en na de tweede wereldoor-
log door mijn nog jonge vader,
gemobiliseerd voor de Arbeids-
einzatz, naar het voor haar vij-
andige Nederland gesleept is
waar ze zich op z’n minst ver-
schrikkelijk ontheemd en een-
zaam moet hebben gevoeld en
daarbij ook nog moest ontdek-
ken dat haar geliefde een notoire
zuipschuit bleek te zijn die zijn
gezin op de duur alleen nog ge-
bruikte om er te neuken en er
zijn o zo regelmatig opgelopen
drankroes uit te slapen. Zij er
na, zoals eerder elders gezegd,
vijf baringen genoeg van had,
zich uit het huwelijk wipte naar
een andere man zonder de vijf
baringen mee te nemen. Alleen
de allerjongste (een baby nog)
nam ze met haar mee die echter 
niet veel later (paar weken) door  
de kinderbescherming van haar
werd afgepikt om ook in het te-
huis te worden gedumpt want
dat was natuurlijk veel gezonder
voor zo’n ukkie dan bij de moeder
blijven. Nou, dat heeft dat ukkie
geweten, op zevenenveertig jarige
leeftijd was ie er al niet meer, had
ie zich hup de dood in gedronken.

From → brieven

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: