Spring naar inhoud

Brief (148) uit Schiedam

november 9, 2019

Eigenlijk wil ik er wel 250 schrijven,
van deze brieven, maar godver wat
een hoop moeite kost dat zeg zo na
mijn ziekenhuisbelevenissen. Hoog-
uit anderhalf uur per dag kan ik er
mee bezig zijn daarna zegt het ‘klop-
pend hart de dood ontkomen’ dat het
genoeg is, dat ik weer voor me uit
moet gaan zitten staren. Waar ik
daarvoor eerst zo’n twee uur een
beetje met tekst kon fröbelen voor
ik werkelijk op stoom kwam, moet
ik nu dus direct beginnen. Een heel
andere schrijfstijl waar ik na maan-
den nog altijd niet aan gewend ben.
Het is dus maar de vraag of die 250
wel reëel is. Als ik een briefke per
week schrijf, heb ik berekend, zal
ik honderd weken nodig hebben
om die 250 schrijfsels te halen.
Ongeveer twee jaar. Als ik dit
tegen mijn cardio zou zeggen
zal hij hoogst waarschijnlijk ant-
woorden dat optimisme een
schone zaak wil zijn. Maar alles
beter dan die twee collega’s van
hem, bijna twee jaar geleden,
met hun pessimisselijke kijk op
mijn leven door te spreken van
“een wonder dat u nog leeft” en
ook “doet u er niets aan dan gaat
u rap dood.” Met als oplossing:
een hulphart op fikse batterijen.

Vandaag, op mijn verjaardag (12
november) komt Medicare de rol-
stoel repareren. Jazeker; rolstoel!
Sinds een klein jaar hebben Saskia
en ik zo’n ding. Ik om erin te zitten
en Saskia om het geval met mij erin
voort te duwen, want mijn gewonde
hartje weigert het om mij langer dan
een kwartier te laten lopen, daarna
schreeuwt de spier dat het waanzin
is nog door te gaan. En ja daar heeft
het spiertje altijd gelijk in want ’s
avonds krijg ik de rekening van mijn
overmoed toch langer te hebben ge-
lopen gepresenteerd in de vervelen-
de vorm van een lekker pesterige,
zeer onregelmatige huppelhartslag.
Negenenzestig (een jaar ouder dan
Gerrit Komrij geworden is, een van
mijn voorbeelden als het om spot-
tende stukjesschrijven gaat) en af
en toe al in ’n rolstoel. Het is me
het carrièretje wel. En dan ben ik
nog niet eens klaar met mijn leven
wat die geleerde ziekenhuiswerkers
ook beweren, nee want ik krijg nat-
uurlijk ook nog de carrière van niet
meer in een auto mogen rijden, de
carrière van de scootmobiel, de car-
rière van een ligleven in een bed
achter een raam om tenslotte een
laatste carrière-vaartje nog te be-
leven verpakt in nephout per zo’n
glanzend zwarte auto die mij naar
een plaats brengt waar men mij in
rook zal doen opgaan, waar Saskia
nog een aantal uiteraard!!!!!!! hele
lieve woordjes dat ik o zo geweldig
was (….:.!.:….) tot mij zal richten als
laatste groet.

Moet ik het nog over de roodharige
hebben? Nee, genoeg over gezegd.
Over haar familie of het pleeggezin?
Nee, ligt zover van mij af inmiddels
dat ik met ’n bulldozer mijn herin-
neringen zou moet afgraven om er
nog iets zinnigs over te vinden. Mocht
er zo uit mijn geheugen eventueel
nog wat aan komen vliegen dan ja
dan…

Of nee, nog een dingetje over de
roodharige, ze is later getrouwd
met een man die tijdens het huwe-
lijk met haar een sappig moordje
heeft gepleegd en als gevolg daar-
van heel wat jaren in een gevang-
enis heeft gezeten, in die tijd ook
kwam haar belletje dat ze met mij
in bed wilde duiken, zie een briefje
of wat terug. Eigenlijk had ze even-
zogoed met mij kunnen trouwen,
want toch ook een celcarrièretje
achter de rug niet waar?

From → brieven

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: