Spring naar inhoud

Brief (151) uit Schiedam

november 27, 2019

Ik heb het er geloof ik al eerder over
gehad in de laatste brieven,  maar t’
is al bijna twee jaar geleden dat er
een gedicht uit mijn vingers is ge-
druppeld. Niet dat er nu ff hevig ge-
jankt hoeft. Er wordt überhaupt niet
gekermd om niet geschreven woord-
en en ook zal het de wereld, op wat
woordneukers na, een pront vers
worstje aan d’r kont zijn. Heus, het
wereldgebeuren valt niet stil zonder
bij elkaar geramde woordjes waar-
omheen nogal eens wat wit wil
dralen om het gemoed een klein
tikkie in vervoering te brengen.
Wat ik maar met deze luizige zeer
omtrekkende beweringen wil zeg-
gen is dat ik er stiekem toch wel
somber van ben geen poëtische
letterbreuk meer te hebben gestort
over het gemoed van de hele hele
heeeeeeeeeeeeeeeeeeeele wereld.

Daarom maar een breukje van ooit:

Kleine vertelling

Ik?

Ik heb kanker
Ik lig hier al weken
En ik word goed verzorgd
D
oor vrouwen

Vrouwen die ik zonder nooit zou hebben leren kennen
Vrouwen gekleed in het wit
Als bruidjes
Verzorgend, bezorgd, maar ook doortastend

Ik lig hier goed
Ik word volledig gecompenseerd

Regelmatig wordt het in mijn buik betast
Zachte handen
Waarbij een stem
Doet het pijn?
Alsof er gevraagd wordt: Nog een keer?

Nee, er is niks mee
Met een beetje kanker hebben
Dat zei mijn buurman ook
Gisteren
Vanmorgen mocht hij naar huis

Ik heb geen vrouw
Hij wilde eigenlijk ook niet
Mijn buurman
Zuurtaart, dat zei hij

Mijn piemel lange tijd al niet meer gezien
Of aangeraakt
Een berg ligt er voor
Een berg van pijn zeg maar
Alleen nog om te worden gewassen ligt ie daar
Die piemel
Door de witbruidjes

Plassen doe ik uit mijn linkerheup tegenwoordig
Tenminste in zoverre ik dat kan inschatten
Regelmatig wordt daar wat gerommeld
Door de zachte handen
Aan mijn darmblaasje, van plastic

Vanmiddag krijg ik nieuw gezelschap
Zo is me beloofd
Met hetzelfde
Kunnen we het erover hebben
Zo glimlachte het uit het wit
Een meetlint zou dan wel handig zijn
Zo dacht ik nog
Dan kunnen we meten
Meten wie de grootste heeft
Ik vertrouw erop dat mijn berg zal winnen

Ik lig pal voor het raam
Mocht opschuiven
Nadat mijn vorige buurman plots weg was
s’ Nachts
En terwijl ik sliep

Zomer, behoorlijk zomer daarbuiten
Bruin steekt af tegen wit
Mijn onthaarde huid zou ook wel wat…
Later,  later
Eerst de nieuwe aanbieding doorwerken
Het nieuwste van het nieuwste
Zo zei de specialist
En of ik dat wel wilde
Natuurlijk wilde ik dat
De vorige had ik toch ook gedaan

De witmeisjes waren vanaf het begin lieftallig
Als ik het vroeg hielden ze me een spiegel voor
Nu weet ik het wel
Alleen mijn schaamhaar…
Maar ik durfde er niet naar vragen

Dat ik niet meer lekker kan eten
Dat is wel jammer
Met veel glimlach op wit zetten ze het voor me neer
Maar de berg protesteerde direct met pijn
Werd ik door een van mijn vrouwen gevoerd

Via een sonde krijg ik nu bijvoeding
Wel grappig, voedsel van plastic naar plastic
Ik daar nog even tussen
Als een oorzakelijk verband

Gek eigenlijk
Nooit zo gehouden van bloemen
Er nooit op gelet ook
Maar nu hier
Voor het raam liggend
Zou ik ze willen plukken
Hun geur van horen zeggen willen opsnuiven

Deze nieuwe zegt niet veel
Gisteren binnengebracht
Door zijn vrouw
De geschiedenis zal zich toch niet herhalen
Veel stilte
Maar de woorden zullen wel komen

Dat ik het hier naar mijn zin heb
Dat is wel lekker
Alleen ik slaap zoveel
Soms word ik wakker zonder benul
Moet ik alles in het plafond nagaan
En dan nog met moeite

Het bed van mijn jeugd
Daar word ik de laatste tijd vaak op wakker
Mijn moeder die aan mijn schouders schudt
Wakker worden, wakker worden
Tijd voor uw medicijnen

En dan weet ik het weer

Die nieuwe zegt wel bijzonder weinig
Hij zal toch wel kunnen praten
Hé, probeer ik, hé
Geen reactie
Meewarig ligt hij me aan te kijken
Doofstom, vast doofstom
Ik hoop dat ie gauw met z’n vrouw mee naar huis mag
Dit is toch geen leven zo

Liever, ze worden liever en liever
Mijn vrouwen
Wel praten ze almaar harder
Mijn buurman is doof hoor
Mompel ik dan
Maar ze schijnen het niet te verstaan
Wat zegt u, gillen ze bijna
Alsof  ze het  tegen mijn buurman moeten hebben

Slaap, verdorie wat een slaap
Concentreren, wakker blijven

Zei die buurman nu maar eens wat
Of mijn vader, tegen mijn moeder

Die stilte hier

Door een plastic slangetje stroomt het
Net een navelstreng

Toe pap, zeg nu  eens wat tegen haar
Het liefst iets liefs

Die bloemen

Slaap, slaap
Steeds vaker

Zomaar iets heel liefs

Een vers zakje diner
Zachte handen voor een glimlach
Witlof met ham? Biefstuk? Een soepje vooraf?
De lieverds

Mag ik nu bij het raam?
De doofstomme!
Mag ik nu bij het raam
Dat vroeg ie
T
oen ik al een flink eind op weg was
Naar die andere kamer

Andere kamer?

Lekker alleen
Dat zei ze, het witbruidje

Kunt u rustig slapen, ook dat zei ze

Weer die zachte handen
In de buurt van de berg
Even legen
Woorden vol glimlach

Ook al wit
Deze andere kamer

Zou het daar ook wit zijn?

Een doorgeefluik
Van het ene zakje naar het andere
Functioneel
Een tussenblaasje met huid zonder haar

En is er wel zoveel plaats?
Misschien zijn de zieltjes dun
Zo flinter dat ze geen plaats nemen
Tot in de eeuwigheid kan het dan doorgaan
Dat opnemen

Slapen?

Maar ik wil helemaal niet…

Weg was ze alweer

En waarom de gordijnen dicht?

Slapen, ik moet natuurlijk slapen
En dan morgen weer die zachte handen

Slapen, slapen
Naar handen
Naar slapende handen zo… Zo zacht

From → brieven

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: