Spring naar inhoud

Brief (180) uit Schiedam

juni 16, 2020

Een grote week niet geschreven aan
deze reeks, het gezondheidsbeestje
had weer even wat zin om te etteren,
liet mij een fiks aantal dagen, als een
vis na een mislukte zelfmoord, naar
adem happen en nee, het was niet ‘t
coronading wat aan de gang was ge-
gaan in mij, gewoon een stevige ver-
koudheid wilde zo nodig in mij beest-
vieren. En het is algemeen bekend:
“Wat te doen bij arbeidsongeschikt-
heid”, gewoon ff niet werken en dat
heb ik dus maar een wijle gedaan.
Wederom alleen maar naar de tele-
bak gestaard en soms een poging ge-
daan om wat te lezen in enkele dicht-
bundels maar de verkoudheid en het
naar adem happen waren te sterke
tegenstanders, hooguit af en toe een
half gedicht heb ik kunnen verstouw-
en tussen snottebel en rauwe lippen
door.

Steeds vaker vraag ik me af of de
laatste 45 brieven (vanaf brief
135) niet teveel op dagboeken zijn
gaan lijken met al dat persoonlijke
geneuzel over mij en mezelf en nog
meer mij. Of ik niet beter die 45
brieven onder een ietwat andere
kop zal moeten plaatsen. Iets als
“Dagboekbrieven uit Schiedam”.
Of beter nog wellicht, gewoon dag-
boek, of nog nog nog nog beter,
helemaal stoppen met schrijfsels
over mijn beleef waarover toch
al weinig te zeggen is in woorden
die noodnodig een brief een beetje
interessant gaan laten dansen want
de dood kijkt natuurlijk al een fiks
tijdje mee op mijn linkerschouder.
Als een heerser over mijn leven zit
dat doodsgeval te bokken naast mijn
hoofd, braakt allerlei dingen in mijn
oren zoals waarom nog gedichten
lezen als ik je eerdaags toch kom
halen naar mijn eeuwige niets, een
niets waarin gedichten en ander
leesspul van generlei betekenis
meer zijn, waar überhaupt niets
meer bestaat dan alleen de staat
van niet zijn. Daarbij buldert die
bleekscheet van het lachen, slaat
zich op de borst, roept, niets niets
niets. Gelukkig zit op de andere
schouder een vlinder met de be-
vallige naam “Nieuwsgierigheid”
die af en toe hevig met zijn vleu-
gels klappert, daarbij een bijna
storm veroorzakend die etterende
bleekdonder eenvoudigweg een
tijdje van mijn linkerschouder
veegt zodat de behoefte aan lezen
en schrijven in deze brieven weer
aanwezig komt te woelen in mij
zonder de negatiefkots van die
niets-boer. Nu echter zit de vlinder
met vleugels en ogen dichtgeklapt
al een flink aantal weken te doeze-
len en benut Pierlala met dodelijk
plezier alle ruimte opnieuw om in
mijn oor allerlei anticreatiefstof te
brullen om mijn ongewilde gang
naar een al te eeuwigheid vooral
te bespoedigen en gezien mijn stil-
vallen hierboven beschreven gaat
het hem verdomme welhaast nog
lukken ook.












From → brieven

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: