Spring naar inhoud

Brief (192) uit Schiedam

juli 24, 2020

Goedemorgen brief,

ik moet zeker weer wat in je schrijven.
Elke dag hetzelfde liedje van jou vullen
met letters woorden verhalen et cetera,
kan je nou nooit eens zonder taal een
beetje tevreden zijn over jezelf, gewoon
jezelf een onbeschreven blad toewijzen,
gewoon accepteren dat ik eens een dag
er geen popelende zin in heb iets in je
te schrijven, dat ik jou ff niet als hoofd-
gerecht van deze dag zie, dat ik ook wel
eens gewoon een dagje door het raam
naar de wereld wil kijken om te zien
wat daar allemaal gebeurt buiten Mien
corona om bijvoorbeeld, of dat ik ook
’s een boek wil gaan lezen om dat later
in jou te bespreken als ik het ding enig-
zins begrepen heb en jou er danig mee
kan volkladden zodat je weer lekker
vet wordt van mijn woorden en weer
een hele pief kan gaan spelen voor
willekeurig welke lezer. Of eigenlijk
en honderdduizend keer beter nog,
mijn allerbeste hebberige brief, kan
ik je, zodat je niet puffend ellenlang
op woorden hoeft te wachten, hupsa-
kee direct met een tekst van een ge-
dicht vullen. Ha, de ideale oplossing
voor jouw ongeduld. Een tekst zeg
maar waarin dat gedicht op zijn hele
zelf eigenzinnig wat babbelt tegen
de maker van hem over zijn inhoud
waar hij als gedicht een stevig beetje
nerveus van wordt en nogmaals jij
dan weer met flinke klats een echte
brief zal gaan zijn die zonder een
grammetje schaamte tevoorschijn
zal kunnen worden verstuurd naar
een ieder die jou wil ontvangen en
tegelijkertijd daarbij gaat mijn lui-
heid van vandaag om echt wat te
schrijven in jou dan mooi voor de
hele wereld verborgen blijven. Een
lepe truck wat mij betreft, jazeker.
En jij kan, tot ik met de tekst klaar
ben, ff lekker vol verwachting gaan
liggen kneukelen op een al klaar
liggende enveloppe. Ha heerlijk
toch, wij gaaf tevreden en de wereld
een weliswaar oude maar flink lang
tekstje rijker.

Het uur ik

Nu ja, een nog te bouwen gedicht, dat ben ik.
Er is een dichter. Maar ’t gedicht! Ik want ik.
En ja ik ben nog niet klaar, meneer de woord-
kunstenaar is nog met me bezig, maar zowaar

toch ik.

Hoe ik er uitzie?

Veel is er nog niet.

Hooguit dit:

Vlees noch vlies

een tas
daarin verborgen
kuilen

een dragen in worden

Meneer de dichter is nogal traag. Hangt liever
rond in die andere zooi, proza genoemd. Ik
word daar weleens kwaad om want proza ha
het is toch de veegmat van ons, dé gedichten,
zo is algemeen bekend. Gewoon z’n gang gaat
ie, mijn maker, of ik niet het brandpunt ben van
zijn leven. Een kreukelvodje papier in zijn kont-
zak meestal, dat is mijn o zo doorlopend lot. En
dan die titel mij gegeven, ’t is toch van een vaag-
heid een te worden gedicht als ik onwaardig. ‘k
Zal wel weer zo’n muurknallend hermetic versje
worden, u weet wel zo’n cryptogram waar geen
hond wat aan heeft omdat ’t niet te ontcijferen
is van zoveel al te gehaaide diepgang. Maar ha,
er schijnt hoop te gloren aan mijn poëzon, want
de roep vanuit het veld van gedichtuitdragende
podiumgangers om makkelijk is nu zo sterk dat
die maker van mij er wel eens zijn gevoelige
marktoortjes naar zou kunnen gaan laten hang-
en. Confectiejasjes, kijk, die worden tenminste
verkocht, die passen iedereen en je hoeft er niet
voorzichtig mee om te gaan, een nieuwe is zo
weer gemaakt. Toch, gezien het hierboven ge-
geven beginnetje van mij, vrees ik dat mijn heer
de maker een ietwat blijvend dovig is voorals-
nog. In een tas verborgen kuilen. Wat is dat nu
voor een raar en vooral te hermetisch beeld,
da’s inderdaad vlees noch vlies. Wat dat betreft
is die titel in eerste instantie dan weer wel toe-
passelijk lijkt mij, maar gelul uiteindelijk, die,
mijn, titel mag dan wellicht inslaan als een bom,
maar dan wel een bom die verknalt in het lucht-
ledige en geen enkel mysteriestofje ook maar
een knal-tel doet verplaatsen, hooguit naar een
te ongewilde of in ieder geval te plotse plaats waar
het beslist niet thuishoort, waarin niet te wonen
is. Heel soms twijfel ik aan de geestelijke dicht-
vermogens van mijn maker, want zoals de voet-
lichtdichters weleens beweren, zo’n diepgaande
hermetic-crypto daar is geen donder aan om die te
maken, dat is heel makkelijk, dat kan elke performer
alsook iedereen die niet per se wil dichten, je ploft
gewoon een stroom niet bij elkaar willende woordjes
bijeen en hup je hebt weer een hermeticaal crypto-
dingetje. En wellicht hebben ze gelijk want kijk nu
eens wat die maker van mij in een moment voor
hem van even helaas geen proza nu weer aan mij
toegevoegd heeft:

ontvang

opdat er nog van zowaar kan meegenomen

Waar slaat da… Ach natuurlijk, die al genoemde tas,
daar kan natuurlijk bij al die kuilen ook nog wel het
ontvang in en zowaar kan het op die manier mee-
genomen worden. Getver, ’t is wel moeilijk voor mij
om mij te begrijpen, en zwaar word ik ervan, een
hele volle tas zo lijk ik mij aan te zien. Te vol als u
het mij vraagt. Maar misschien is het beter dat aan
mijn maker te vragen. Die weet waarvoor mijn zwaar-
te dient zo mag ik aannemen. Want vertellen ho maar.
Dat doet ie even mij nooit. Ik moet maar een beetje
naar mezelf blijven gissen. Confectiejasje of hermetic-
pak? Ik weet het gewoon vaak even niet. Wat dat be-
treft verlang ik weleens naar de classicistische tijd,
daar was alles nog simpel, maar die verdomde ro-
mantiek…

Enfin die geschiedenis is alom bekend.

graag moet meer in verkommerde gezichten

helder
zal open


gaan achter de schermen

de nacht
stort zich

‘k Zal vast postmodern bedoelen te zijn want zie:

wit

als plaatje voor het hoeden
opgediend op ongelooflijk
mooie schotelronde borden

Postmodern of niet, ik klink wel mooi, vind ik zelf, ze,
mijn woorden, zingen alsof met een schoon glimmend
Bühnejasje de wereld soppend in mijn schoenen staat.

En zie nu toch eens het naderend einde aan mij:

gemengde techniek

vloerbedekking vlijt rug op houtvloer
geen lijst maakt willekeurig
welk schilderij tot zware kost

Werkelijk, ik vind mijzelf zo op en naar het eind prachtig.
Al zal ik op de Bühne wellicht niet zo tot mijn makers recht
komen vrees ik vol vrees. Nu ja en in ieder geval of ook wel
met andere woorden gesproken, ik ben nu van mezelf door
mezelf overtuigd een gedicht te zijn heel wel passend geloof
ik in het net nog huidige postmoderne, al heb ik als vers
gedicht gedicht geen idee wat dat dan precies mag zijn of
wat het inhoudelijk voorstelt. Vraag dat maar mijn maker.

Wel hoop ik niet bij dit voorgaande alles dat ik al té de heus
goedwillende Bühnespringers daarmee om het zo gevoelige
nekje slaak, want ook confectie, ach, het zit wel lekker even,
maar potverdomme alsook heel erg heel te helaas, ’t slijt zo
snel. Er zouden eigenlijk wat meer exquise smokingzakjes
aan die confectiejasjes genaaid mogen zijn, zakjes die nog
wat node in de herinnering willen blijven steken en zodoen-
de deze jasjes af en toe uit de stoffige vergeetkast veroor-
zaken te halen tegen de al genoemde directe slijtage tot af-
dank.

Zakjes bijvoorbeeld zoals gebreid aan mijn einde:

drijf kusjes
daarom
naar de fee

zoen desnoods een blokje om

Ja, dat is wellicht een of misschien wel dé oplossing: con-
fectie met smokingzakken. Ik ga het mijn maker in ieder
geval wel even in de kontzak tetteren opdat ik eindelijk
weer eens wat makkelijker iets van mezelf ga begrijpen,
mezelf eindelijk weer eens echt een rechtgeaard gedicht
zal durven voelen.

Ja, dat ga ik beslist doen.




From → brieven

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: