Spring naar inhoud

Brief (177) uit Schiedam

Zo, even een paar weken per brief niet
gecoronaad. Een mens zou het virus
verdomme alleen al door het er ellen-
lang over te hebben hup het gezonde
lijf in schrijven om vervolgens op de
ic te belanden en daar heerlijk, want
helemaal alleen, je dood in sterven.

Wat ik al die weken uitgespookt heb;
naar de tv zitten staren en naar de tv
zitten staren en… Niets dus eigenlijk.
Lezen ging niet, schrijven ging niet.
Gewoon, zoals bejaarden veelal plegen
te doen; naar de pixelbak zitten lubbe-
ren met ogen dik van het lubberen. Dat
is wat ik in al te nauwe belevenis heb
gedaan. En eten. Niet teveel want, zo
zeiden de tv-smoelen, van corpulen-
tie krijgt Mien virus nog meer honger.

Is Mien ha toch nog ergens goed voor.

Slank als een jonge den die te weinig
vocht tot zich heeft kunnen nemen
kreupel ik nu door de kamers van
mijn huis, een rugzak vol virusioenen
achter me aanslepend zodra ik even
niet naar de bewegende stilzitbak zit
te kijken.

De VVD staat op 43 zetels! Rutte effect.
Zal wel snel veranderen. De mensen in
het land beginnen al weer stevig zich
niet aan zijn regels te houden. De zon
wint het bij zijn eerste mooie naar-bui-
ten-ga-dag-aansporing glansrijk al van
het politieke Ruttezonnetje. Mooi. Je zou
anders van de weeromstuit denken dat
Nederland zowaar klaar is voor een dic-
tatuur bij een door angst gedreven al te
braaf volk. Zie het kekke China bijvoor-
beeld waar het volk beperkt wordt tot
een puppet on a string zonder afbreek-
mogelijkheden. Rutte is geen dictatert,
hoewel we toch al fiks beperkt worden
in onze bewegingsvrijheid, waarbij je je
kunt afvragen of de politiek niet al te
veel uit de klomp schiet met die regels.












Brief (176) uit Schiedam

Het is toch wel een knotsgekke ervaring
binnen te moeten blijven terwijl zonlicht
door de ramen je aanbrult dat je naar
buiten moet, hij niet voor niets zijn best
doet zijn stralen naar je te zenden, je
verdomme toch zeker met de eerste echt
mooie lentedag van het jaar en de kleum
nog in je winterbotten het best maar jezelf
bij de kladden zal grijpen en dat kille lijf
van je naar buiten te sleuren om in ieder
geval een stevig stuk op te warmen, het
plotse coronagedoe van je vel af te laten
branden voordat het je volledig te pakken
krijgt en je gezellig in een ic-bed propt of
nog erger et cetera.

Ofwel ik kan wel zeggen dat de angst voor
dat pestvirus mij inmiddels ook lekker on-
der de huid is gaan kruipen nu men al de
wereldeconomie in elkaar laat storten door
de hele santenkraam gewoon op slot te gooi-
en. Een in elkaar stort tot dat virus, vet ge-
vreten, ons met rust te laat zodat we vrolijk
verder kunnen gaan het aardbolletje waar-
op we met zijn allen lopen te raaskallen op
te vreten in een tempo tot nu toe ongekend.

Want wat blijkt;

De luchtvervuiling is enorm afgenomen sinds
wij gedwongen in huis bij elkaar gepropt
hebben te leven tot Mientje Corona er genoeg
van heeft als een uitgehongerd monster on-
genadig ons te bespringen tot ze totaal ver-
zadigd is. Komt die verzadiging er niet zullen
we moeten wachten tot het menselijk vernuft
een vaccinerende oplossing heeft gevonden.
Waarna uiteraard een volgend Mientje Coro-
na zich olijk kan aandienen met een wellicht
nog grotere honger dan de huidige.

Al die beelden van hierboven zijn dus wel
ff lekker sappig door de tv in mij neer
gekliederd, laat dat duidelijk zijn en aan
de media over. In te overvloedige hoeveel-
heden plempen media met overlopende
gezichten, als zijn ze met een spannende
kwis bezig, de hele coronazooi in een niet
aflatende stroom aan grafieken, wijze
heren alsook naar aandacht soppende
politiekers over ons heen in een plotse-
linge liefde voor de oudsten onder ons.
Een liefde in tegenstelling vreemd genoeg
tot een jarenlange bezuinigingsdrift waar-
van diezelfde oudjes tot nu toe onbehoor-
lijk het slachtoffer zijn.

Je zou van de weeromstuit dat liedje van
H. Marsman over Herinnering aan Hol-
land over gaan doen, ff het huidige Hol-
land erin gaan smeren.

Iets als:

Denkend aan Holland
zie ik het wrede corona
graag door ellendig
klaagland gaan,
rijen ondenkbaar
witte doodsbedden
als droge fluimen
tot het einde staan;
en in de kwellende
aarde verzonken
de rijen lijken
bedekt door wat zand,
stoottroepen, dokters
kapotte zusters,
zerken en walmen
in een doods verstand.
de zucht dringt gestaag
en de traan wordt er handzaam
in grote roodkleurige
ogen gesmoord,
en in smalle gewelven
wordt de lach van het later
met veel hijgende krampen
gedempt en vermoord.





Brief (175) uit Schiedam

Nog een brief, niet de laatste die vorige.

Het monster Coronaatje is wellicht niet zo
gulzig, of, dat kan ook, ze is rustig begon-
nen met haar vraatzucht, ze is gewoon ff
aan het wennen aan al dat mensenvlees
zo makkelijk en massaal voorhanden, en
dan, ze heeft al etend ontdekt dat niet ie-
dereen waar ze in bijt sterft, dat ze dus
mooi heel rustig door kan doen met het
verorberen; blijvend vlees genoeg in the
pocket. Ze kan op d’r dooie gemak nog
een stevig tijdje door met de fijne vreet-
hobby want bibberend van angst voor
haar gulzige doodzucht zit het mensen-
vlees in huisjes weg gekropen. Voorals-
nog niet in staat terug te bijten gaat hun
vlees voor geen meter meer naar buiten.
Het lijkt wel een helse derde wereldoorlog.
Wat overigens een tikkie erg overdreven
is en mede ingegeven en aangewakkerd
door de media die dag en nacht de vraat-
zucht van het monster toont in de meest
rampzalige beelden stevig geschraagd met
woorden van plots erg wijze heren, op-
geviste specialisten en aandachtsgeile
politiekers die de ramp nog zwaarder
maken dan een ramp maar heeft te zijn.
Het is net een spannende serie op tv;
hoe zal het verdergaan, waar eindigt
het, wanneer hebben we een tegengif,
lopen we niet te hard naar de limiet
van bezette ic-bedden, kan de zorg het
überhaupt nog wel aan. Kortom, wie
zal er winnen. Iedere dag zit ik aan de
verbeeldbuis gekluisterd om naar gra-
fieken te kijken die stijgen of dalen, die
mij vertellen hoe spannend het gevecht
met dat monster is, of er weer meer ziek-
en zijn, of er weer meer doden zijn geval-
len, of ik almaar banger moet gaan wor-
den voor mijn hachje, of ik nog wel een
volgende brief kan schrijven zoals in
een vorige brief ook al gesteld werd.
Wel vreemd is het dat het monster voor-
al een voorkeur voor oud vlees heeft, je
zou toch verwachten dat jong vlees voor
dat vreetzakje veel lekkerder zou zijn,
dat ze daar toch zeker, zoals de mens, ‘n
gigantische voorkeur voor zou hebben,
maar nee, voornamelijk oud vlees zal
het zijn. Waarom? Makkelijker bij de
verzwakte afweerstuipen te grijpen
dat oude vlees zo zeggen de geleerden
onder ons. Wat dat betreft is dat vreet-
beest behoorlijk gemakzuchtig en daar-
door, zo zal je zien, uiteindelijk toch ook
wel weer eenvoudig te verslaan.

Dat binnen zitten, vanwege corona, is
voor mij niets nieuws, de laatste jaren
heb ik, sinds mijn gezondheid vond dat
ik niet zo gezond meer mocht zijn, toch
al heel veel achter mijn voordeur door-
gebracht (ik kan het ding uittekenen zon-
der mijn hemd op te lichten als het ware),
iets waar ik niet zoveel moeite mee heb,
genoeg te doen namelijk; lezen, een uur-
tje of anderhalf per dag schrijven (meer
laat mijn niet meer gezondheid nog toe),
uit het raam staren naar de eksters, dui-
ven en spreeuwen. Meer vliegspul is er
in deze omgeving niet te zien. Of beter
nog, is er door mij niet gezien. Meeuw-
en namelijk zijn inmiddels uit zicht ver-
dwenen nu er ondergrondse vuilcon-
tainers zijn geplaatst in de straat zodat
ze de vuilniszakken niet meer leeg kun-
nen plunderen en ik o.a. niet twee keer
per week al de voor die vogels niet eet-
bare rotzooi uit mijn vuilniszak van de
stoep heb schoon te schrapen met een
loeiharde bezem. Ook de mussen aan
de achterkant zijn al een paar jaar ver-
dwenen sinds er in de woning op de be-
gane grond (ik woon op de eerste ver-
dieping) onder mij een verse buurvrouw
is komen wonen die gek op katten is die
dan weer gek op mussen zijn die geen
bescherming hebben omdat in de meeste
tuinen geen struiken en groen meer staat
waarin die beesten ter voorkoming van
een gewisse dood kunnen vluchten; een
grote tegel-zee die tuinen. Eerst had deze
buurvrouw nog een grote hond (zie vorige
brieven) die de katten wegjoeg, maar in-
middels is de hond doorgegeven aan een
nieuwe eigenaar en zijn die vogelvreters
weer terug. Een beetje kattencorona zou
de oplossing zijn, maar helaas coroontje
lust geen dieren, althans ze heeft nu een
fikse voorkeur voor mensen, oude mensen.







Brief (174) uit Schiedam

Een kleine drie weken kreunt
Nederland nu onder het ge-
wicht van het virus dat de he-
le wereld in haar greep houdt.
Drie weken en we zijn nog
altijd lief voor elkaar, de mees-
ten van ons bereid braaf naar
onze overheid te luisteren die
onder leiding van Mark de ene-
na de andere maatregel uit-
vaardigt om ons uit de heb-
berige klauwen van het geval
corona te houden, bereid ook
zijn we om, mocht het geval
nog erger gaan tieren, ouderen
aan die schrokop op te offeren
door ze geen i.c. behandeling
meer te geven bij een te hoge
leeftijd of als ze een hopeloze
ziekte in het oude lijf dragen,
bereid zijn we wellicht zelfs om
bij genoeg bang ons leven van
nu zo totaal te laten inperken
dat we alleen nog als een stel-
letje uitgedroogde dreutels
tweepersoons over de straten
zullen zwerven in armoe de
afgelopen 50 jaar ongekend.
Dat laatste echter is pas voor
een tikkeltje verder weg in de
tijd als dat gedrocht van een
virus niet wil ophouden zich
aan ons vol te vreten en wij
dus nog maar half hebben te
bestaan. Hoewel zoveel ver-
der in de tijd nou ook weer
niet want het vreetmonster
heeft nu Zuid-Holland al be-
reikt en dat is de provincie
waar ook Schiedam ligt en
waarin ik nogal welig tier
met een mank hart dat het
monster niet zal kunnen over-
leven zoals hierboven al bleek
met de al geopperde gedachte
in het nieuws dat oudere men-
sen met al te zware kwalen het
leven fijn kunnen vergeten om-
dat er vanwege knel in de zorg
niet de moeite meer wordt ge-
nomen ze nog wat te beademen
als laatste redmiddel en dus,
zoals ik al eerder schreef, zou
dit zomaar de laatste brief
kunnen zijn. Is overigens niet
erg want… Nu ja, wat ik maar
wil zeggen is dat het niet erg…

Tot zover het coronajournaal.







Brief (173) uit Schiedam

Ik heb vanmorgen maar een paar
emmers onder de televisietafel ge-
zet want de dreiging van het virus
stroomt met onvoorstelbare strom-
en uit de tv, de godganse dag wordt
er wel ergens op een zender over
geleuterd hoe erg het wel niet is en
hoeveel erger het nog kan worden.
Je begint van de weeromstuit bijna
te denken dat de hele mensheid zo’n
beetje zal gaan uitsterven, of in ieder
geval dat jij de zes plankjes alvast
moet bestellen waarin jouw door
het virus vermoorde lichaam kan
worden weggedragen naar een
koud kil gat gegraven in de korst
van de aarde waarop je een korte
wijle hebt mogen ronddwalen als
mens van goede wil. Een goede
wil overigens meestal mislukkend.
Gelukkig hebben we daar, net als
we voor het virus zullen vinden,
een oplossing voor gevonden door
een God in het leven te roepen die
de boel bij het tonen van een beetje
berouw over een mislukte goede
wil wel weer ff vergevingsgezind
gladstrijkt als ware het een peule-
schilletje op een fluitje van een
cent al zal dat fluitje niet helpen
te voorkomen dat er stemmen op-
gaan dat het een straf is van die-
zelfde Man en Hij dus helemaal
niet zo vergevingsgezind is als de
butlers in Zijn huis altoos beweren
als je daar zondags op bezoek mag
komen met een zak vol zilverwerk
om Hem te eren.

Een raar volkje die de mens hoor!

Tijd voor een gedichtje dan maar:

Veel zon schraapt onverschillig grasgroen bloot

mevrouw
meneer
meneer
mevrouw

het zijn trala nog lang niet dood
niet even soms / maar steeds
in tuinen vogeldwalen slijtgelopen

/ restjes
/ sperma
/ nog
/ van
/ overkomen

spagaat van bloemen
broodjes zoet
aan mosterd wijken mocht de kamer niet

een huis vol afgehouden woorden
het vette welkom op de mat
wat dikke meubels om te scoren

de zon per draadje aan het dak

Brief (172) uit Schiedam

Mogelijk 80000 doden door virus
volgens zeer geleerde virologen.
De kans dat ik er een van ga zijn
wordt zo wel heel erg aanzienlijk.
Een beroerde maar belangrijke
spier knispert er, zoals inmiddels
per deze brievenserie wel bekend,
zwak in mijn niet stervensbereid-
willige lijf rond. Een lijf sowieso ff
niet bestand tegen corona. Echter
dingetje c hupt, of je het wil of
niet, je mond, ogen en wellicht
alle andere gaten in je lichaam
binnen met een gretigheid waar,
ondanks mondkapjes alsook alle
Ruttes van de wereld, geen enkel
verweer tegen is. Dingetje c kiest
je beroerd genoeg nogal wille-
keurig uit om je in een onbewaakt
ogenblik spetternat af te lebberen
met een honger ongekend in ons
zo gezapige leventje met als ge-
volg dat het zomaar zou kunnen
dat dit dan de laatste brief heeft
te zijn als het een tikkie tegenzit.

Binnenblijven en deze brieven
volpennen over dat binnenblij-
ven is mijn komende lot mag je
de berichten uit de keeltjes van
de politiekers geloven, want vol-
gens hen is dat het beste, binnen
blijven. Lekker thuisblijven zou
je zo op het eerste gezicht denken.
Benieuwd hoe dat lekker er over
drie weken bijstaat. Hoeveel men-
sen elkaars hersens hebben in-
geslagen uit pure wanhoop zo
lang op elkaars lip te moeten
leven. Ik vermoed dat het er
een stevig aantal zal zijn on-
danks alle lievigheid die er nu
in het begin van deze corona-
periode rond knalt in het hele
land. Of men nog zo bezorgd
zal zijn over de bejaarden, of
men nog van alles belangeloos
wil doen voor een ander, de
supermarkten dan nog niet
krak veel grover leeggeplun-
derd gaan worden, ik nog wel
braaf binnen zal blijven, Sas-
kia nog wel zo liefdevol zal
zorgen dat het binnen gebeur-
en blijft lopen zoals het nu
loopt omdat het lichaam (om
mijn zwakke pruttelhart heen
gebouwd) niet naar buiten kan
en ik ook niet voor al het binnen-
gebeuren meer kan zorgen en zij
daar nu lekker voor opdraait.

Lees ik net dat hartpatiënten
al niet meer op de intensive
care gelegd worden omdat de
overlevingskans te klein wordt
geacht en ook om jonge gezon-
de mensen die het virus hebben
opgelopen een beter kans te ge-
ven weer op de veerkrachtige
beentjes weg te kunnen laten
hobbelen het ziekenhuis uit.
Zag ik in het weekend allerlei
jonge mensen buiten heel ge-
zellie doen en dicht op elkaar
gepakt hun sociaaldingetjes
beleven zonder zich zorgen te
maken over het virus. Zie ik
heus wel de noodzaak van de
artsen om jonge patiënten op
de intensive care te verzorgen
en mij als hartpatiënt de toe-
gang te weigeren, maar zie ik
niet in dat een aantal van die
onverschillige jonge puisten
die ik in het weekend buiten
bezig heb gezien dat verdient
ten koste van minder gezonde
mensen. Lees ik hierboven
het laatste taalsprongetjes nog
even over zie ik wel in dat ook
ik zomaar een potentiële super-
marktplunderaar kan zijn in
mijn egoïsme toch vooral te
blijven leven ondanks dat ik
al een paar jaar een stevig
toontje krakkemikkig in mijn
lijf hang en de jonge puisten
dus niet in de weg behoor te
staan met gezeur over de voor
mij gesloten deuren van de in-
tensive care-units.



Brief (171) uit Schiedam

Trump, die opknak-president van Amerika,
is op het reuzelidee gekomen om Europa eens
lekker te pesten door alle Europeanen vanaf
nu zo’n dertig dagen buiten de deur te houd-
en omdat die naar zijn mening een klap te
weinig doen aan het indammen van dat virusje
met de mooie naam, als was het een bevallig
meisje, corona. Was op het nieuws vanmorgen.

Wat niet op het nieuws was vanmorgen is dat
dit al de hondereenenzeventigste brief uit Schie-
dam is.

Wat ook niet op het nieuws zal komen is het feit
dat een boek dat door mij geschreven is niet, wel
broodnodig overigens, herschreven zal worden
vooralsnog omdat ik al twee jaar geen donder zin
heb om daarmee te beginnen. Het laatste wat ik
aan het boek heb toegevoegd is de titel “Bedden-
goed” waarvan ik niet zeker ben of ik die zal ge-
bruiken want als ik bij mezelf naga of ik een boek
met zo’n titel zou kopen dan is het antwoord nou
niet direct ja. Nog maar ’s een tijdje, twee jaar?,
wegleggen dat boek lijkt me de beste oplossing.

Ook niet in het nieuws zal komen dat er in Schie-
dam komend weekend een tentoonstelling zal
worden geopend met het thema 100 omdat de
politiekers het stoere lef hebben gehad de beslis-
sing te nemen dat er in Nederland in verband met
het klimaatgedoe niet harder dan 100 kilometer
mag worden gereden. Zelfs niet zal er het nieuws
zijn dat wij, SAGE, er aan meedoen met twee werk-
jes. Zo’n 100 themaatje ligt weliswaar ver van onze
kunstgedoetjes, maar daar hebben we dan nog al-
tijd de in de hele wereld Nederland erg beroemde
Dichter! van dat zen-tijd gedoe voor achter de hand,
die dus in die tento vrolijk meedoet in een lekkere,
spottende prent. We hebben ook nog een, om het
echte kunstgedoe niet helemaal op de achtergrond
te laten geraken, hermetisch gedicht van honderd
letters naast de Dichter! gehangen, letters gevangen
in een hermetisch gesloten glazen zakje hangend
aan een ketting met als tegenhanger nog een twee-
de hermetisch gedicht van honderd luchtbellen in
een afgesloten glazen zakje aan de andere uiteinde
van de ketting zodat ze elkaar in evenwicht houden.

Steeds meer zonlicht spettert er tegen de ramen van
mijn werk-hok, het feest van de lente lurkt al weer
gretig aan de vitrage, het groenspul om en aan de
bomen knalt haar knoppen al een week of twee uit
nog ‘winter grauwe’ takken, krokussen dwalen ook
al een tijdje in de bermen alsof ze de gewoonste zaak
van de wereld zijn zo vroeg. Normaal gesproken zou
ik nu mijn fiets uit het vet snijden om de boel even
flink te gaan beleven, echter de boel in mij is niet
normaal zoals u wellicht uit een paar brieven hier-
voor hebt kunnen concluderen. In het vet blijft de
fiets dus. Verdomd jammer, want dit is zowat het
enige dat je nog onbekommerd kan doen in deze
sappige coronatijden waar je gedoemd bent nauwe-
lijks nog de deur uit te gaan, zeker zulke ziekzijn-
peulen als ik ben, wil je gezond blijven zo zeggen
de in de virus geleerde heren.

Hoor ik net van Saskia dat de opening van de hier-
boven genoemde tentoonstelling niet doorgaat van-
wege dat o zo verdomde corona ettertje.