Spring naar inhoud

Brief (129) uit Schiedam

Donorvreugde

Vanaf nu ben ik een zakje bruikbare
organen die na mijn dood ontsloten
kan worden waarop het graaien in
mijn nog warme vlees kan beginnen.

Ergens een niertje nodig? Alstublieft!
Ergens een longetje nodig? Alstublieft!
Ergens wat oogjes nodig? Alstublieft!

Is het zakje leeg? Geen punt, we persen
er wat vette watten in en hup ik ben als
zakje fraai klaar voor mijn verrukkelijke
uitvaart. Niemand die ook maar iets van
mij zal missen, ha, vette watten genoeg.

Wel jammer is dat ze geen stemadvies
uit het zakje kunnen klauwen, een bordje
met daarop D66* zal er zeker tussen alle
smurrie aan bloed en versleten vlees hup
te vinden zijn geweest, want ik wil heus
wel als leegplukzakje door het leven gaan,
tenminste als er niet de voorwaarde aan
verbonden wordt dat ik dan als een
gezondheidsfrater met een strikt vita-
minengebod door het leven moet gaan.
Hel nee, ik wil wel kunnen zuipen als
een paard met extra brede bek, ik wil
wel kunnen roken als een ketter die
met god geen raad weet, ik wil wel een
zooi lijfafbraakrisico’s kunnen nemen
ook al zal de inhoud van het zakje daar
baarlijk ongezond door gaan pruttelen.
Ik wil zogezegd prikkelend kunnen leven
als de Duivel in een verboden hemel. Zo
niet, geef mijn zakje dan maar aan Fikkie!

* D66 wil iedereen automatisch donor
laten zijn.

Werner Spaland

Brief (128) uit Schiedam

Goed,

Eens een persoonlijk stukje dan maar.

Nee, niet over mijzelf! Mooi niet. Want
eer ik me de kleren van het lijf zal ruk-
ken om kwetsbaar in mijn witte velletje
mijzelf aan u ten onder te laten gaan
moet er net wel ff iets meer gebeuren
in de wereld dan dat er nu gebeurt. Al
die zooi bommen, die onophoudelijke
stroom vluchtelingen en de olijke knots-
plomp aan poliktiek het zal me godver
niet de al genoemde kleren van het lijf
doen rukken. Nee, eer dat gebeurt zal
er zowaar plots een gat in de zool van
een van mijn schoenen moeten vallen,
zal er een pukkel recht op mijn neus
zich moeten ontplooien naar een grove
schending van het aangezicht, zal mij,
door een onbenullig vleugje wind, de
hoed naar erg blootshoofds moeten af-
waaien, ja, zal een vuile rand onder
een van mijn nagels zich aan mij moet-
en openbaren  zodat ik van walging mij
wel moet ontbloten naar een schraal
hoopje verfoeistof ten aanzien van Jan
en iedereen. Dus over mijzelf?

Mooi niet!

Wel dat een zus van mij drie kinderen
gekregen heeft. Dat ze alle drie nog
leven. De zon hevig tekeer gaat in het
blauw. Dat ze daardoor nat worden van
het zweet als ze door hun moeder de
deur uit worden geschopt naar mijn
moeder die niet naar natte kinderen
durft te kijken en ze dampend op haar
schoon geschrobde stoep laat staan.
Dat die drie boos worden op hun oma
die dan weer toegeeft aan haar kledder-
kleinkinderen door een erg pikzwarte
zonnebril op te zetten zodat het zweet
oplost voordat het haar ogen bereikt en
de dag voor iedereen toch nog goed af-
loopt.

Werner Spaland

Brief (127) uit Schiedam

Aangeklede botten in een opgeverfd kistje van spaanplaat.

Volgens mij kan ik, net als Moeder T.,
heilig verklaard worden door de Paus.
Want net als Moeder  T. heb ik wond-
eren verricht in mijn leven.

Wel meer dan de benodigde twee zelfs.

Zo heb ik, net als Moeder T., iemand
binnen zes uur genezen, en wel van
een misselijkheid voortgekomen uit
een kater, door hem van een paar bier-
tjes te voorzien die ik als door een
Godswonder in huis had, en zie; de
kater rapte als bij wonder weg. Net
als Moeder T.  heb ik een tweede ge-
nezing tot stand gebracht door ie-
mand wiens haar constant voor zijn
ogen hing zodat hij overal tegenaan
liep en overal intrapte de haren af te
knippen en zie ook een tweede wonder
geschiedde; hij zag de wereld weer
zoals die was en liet zich geen kruis-
houtjes voor citroenen meer verkopen.

Verder heb ik braafchristelijk nooit
naar een dikke buidel gestreefd, ten-
minste niet openlijk, in mijn onder-
buik ja daar woelde wel eens een
heimelijk verlangen naar zo’n rijk-
gegroeide bankrekening maar dat
heb ik sneaky in het openbaar altijd
mooi weg weten te verbloemen door
het dapper eten van broodjes vol
tevredenheid*. En ook net als Moe-
der T. heb ik de armen geholpen
door ze nooit een cent te geven op-
dat ze Goddank niet zo hebzuchtig
zouden worden als de rijken waar-
bij ze ha ook nog eens beschermd
werden tegen al te liederlijk gedrag
en dus voor zeker naar een lekker
plaatsje in de hemel leefden. Ver-
volgens heb ik ook nog eens nooit
iemand…

Enfin de Paus hoeft bij mij niet met
een toverlampke naar een tweede
wonder te zoeken, hij heeft ze God-
allemachtig zo hup voor het grijpen.

* Broodje zonder beleg.

Werner Spaland

Brief (126) uit Schiedam

Hebben we jarenlang van de partij met de roos
kunnen genieten al is het genot de laatste tijd
geslonken van een brede rivier naar een arme-
tierig drooggelopen beekje, krijgen we potver
er nog een partij bij met een roos! Jazeker, nog
een roos! Een roos genaamd Jan. Een Jan die,
omdat hij beslist vindt dat hij de juiste roos is
voor het juiste bed, zich bij de VNL gevoegd
heeft  om eens een stevig stel politiekspijkers
met straalkoppen door de tweede kamer te
jassen. Uiteraard niet geheel zonder de aan
hem welklevende en zo bekende humor die
hem past als een condoom lekker vet over
een partijprogramma getrokken, zo vindt hij,
nee zeker niet, hij zal er staan als een roos die
alle honingzuigers met een lach van zich af zal
grappen om maar zo lang mogelijk de humor-
roos te blijven die hij al jaren is, al is het dan
in een ander en ietwat keuriger aangeharkt
perkje dan dat pow onderhemdhoopje waarop
hij eerder o zo humorvol, zo zegt hij zelf, tot
in de hoeken van het heelal mocht schitteren.

Benieuwd hoe lang het duurt voordat de humor
van deze Roos zal zijn verlept naar huiliehuilie.

Werner Spaland

Brief (125) uit Schiedam

Politiek

Geert Wilders smeert een A-viertje vol islammetjes
Rutte beloofd niet meer te zullen beloven de SP wil
zorgen voor de zorg zonder marktkramp D66 wil
iedereen wel professor maken en het CDA houdt
nog even het bekkie indachtig de woorden van Jezus
dat de laatsten de eersten zullen zijn, Jesse ligt nog
wat in het zomergras na te genieten op het door zijn
partij eh… zo kras bewaakte groen en 50 + is de grijze
haren in het land aan het tellen waarbij er op wordt
toegezien dat elke grijskop in het land grijs blijft en
er  niet geblondeerd wordt want dan verliezen ze hun
geloofwaardigheid om de AOW terug te brengen
naar 65 jaar en kan hun Henk Krol voor de zoveel-
ste maal zijn verontwaardigde biezen pakken. De
paar partijtjes die nog overblijven zijn zo klein dat
hun gepiep niet verder klinkt dan tot het kringetje
eigen gelikte muizen en dus alleen in een bijrolletje
wat aan de randen van de politiek mogen knagen.

Kortom, er is heus wel wat te kiezen.

Weliswaar pas over een half jaar, maar een keuze
maken doe je natuurlijk niet zo een twee drie met
zulk een bulk aan bestuursgenieën, dan wil je eerst
nog een flink tijdje wat politieke jeuksprongetjes
zien van bovengenoemden. Het liefst met behulp
van een lachwekkend rugkrabbertje gemaakt van
heel zacht rubber zodat ze hun sprongetjes door
de niet weg te werken jeuk zo lang  mogelijk blijven
huppen op de televiesbuis.

Daarna begint de zomer alweer bijna, en hoef je
alleen nog te geloven in een danig warm zonnetje.

Ha, ik ga eens stevig onbevangen genieten van de
komende weggeefshow vol liefsigaartjes uit eigen
doos.

Werner Spaland

Brief (124) uit Schiedam

Schoonheid is een kekke zeef.

Dus wat zal ik me daar dichten
over felle deurdrangers zonder
deur over neusloze neushoorns
over feestvrees te dopen in drank
over een vliegtuig dat godver wèl
neerstort omdat dat nu eenmaal
gebeurt met machines die per se
vogels willen nadoen over een
bom die met een knal voor zichzelf
kan spreken tegen bij voorbeeld
een buurland waarmee een roerend
conflictje is uit te vechten over dat
alles zwart kan worden als de zon
er de brui aan geeft waar de maan
dan duister om zal glimlachen over
koetjes en kalfjes die van belang
zijn voor het op gang houden van
de taal om te blijven geloven in
verhaaltjes onder de kerstboom
waar ook wel eens een haan
kraaiend een vaas omstoot die
precies tegen de lamp valt waarvan
het licht in duigen sterft en de hele
boel een fiks dipje bezorgt zelfs tot
op Vaderdag als moeder in haar
keuken bezig gaat zijn met roze
korrels uit een pakje die ze een
uurtje of wat geleden al uit het
pakje had moeten schudden tot
iets eetbaars waar vader een tik-
kel van opfleurt op een manier dat
er ook niet per se hoeft gedicht
over sussen waarvan de wangen
rond en rond gaan gulpen als eh
dazig rollende komkommers ter
duiding als waren ze wezens die
een zakje veel te zoute drop naast
een vers kopje uitverkoren koffie
zijn te zijn aan een tafel waarom-
heen een huis is gebouwd vol verplicht
gezellig met veel splinterlicht om zo
de verstikkende twijfel buiten de deur
te houden tijdens volzwoele zomer-
avonden zwaar ronkend van valse
droomstart vragend om een reddend
boek vol odes aan vlotte postbodes
die ieder zelf aangemeten koninkrijk
voor een dunne brief kunnen verruilen
waarin geschreven staat dat het in het
begin wel aardig en simpel glijden was
maar dat er nu beter zwarte spijker-
gympies kunnen aangeschaft en ook
dat de haren weer korter moeten en
literatuur is gif ofwel godver wat zal
ik me daar dichten.

Brief (123) uit Schiedam

Pleegkind: Mag ik bij jullie wonen?

Een schrijnende zin?

Onlangs las ik hem, die zin, stond
op de voorkant van de bijlage van
een bekende krant.

Een pakkende zin in ieder geval.

Maar wat zal je er mee te doen?

Even een potje schrijnen en hup weer
op weg naar een volgend schrijnpunt?
Snel zo’n pleeggeval in huis nemen?
En daarna wellicht nog een omdat
dat veel gezelliger is voor het eerste
geval? Of misschien helemaal niks
met zo’n vraag als hierboven doen?

En dan, er zijn toch kindertehuizen.

Een pleegkind namelijk, ik ben er niet
voor in de wieg gelegd. Zo’n verloren
kind te plegen, daar is mijn kop niet
geschikt voor. Ik heb zelf graag geen
kinderen omdat het niet geschikte van
mijn kop in mijn brein geramd staat als
een brulboei op volle toeren. En ook,
zal ik me daar ff de geboorte-ellende
van een ander op het al zo erg door
het leven bedrukte halsje halen zeg.

Alle lof natuurlijk voor de mensen die
dat wel doen, zo’n kind in huis halen!

Overigens ben ik zelf ook gepleegd in
vroeger jaren, ik ben dus met dit alles
zeer bekend en ik zou een kind die zo’n
zin de wereld ingooit toch wel graag op
wat dingetjes willen wijzen zodat het wat
meer gepanserd de pleegonderneming
kan ondergaan. Want je wordt als pleeg
nooit een volwaardig lid van zo’n ge-
zin. Altijd voel je onderhuids dat er iets
niet klopt met dat zo liefelijke plegen,
dat er geen onvoorwaardelijke band is
met de pleegmensen zoals je dat met
een paar eigen ouders kan hebben,
dat je toch altijd in de pleegvijver een
extra zetje moet ploeteren om je eigen
golfje te krijgen waarop je schijnbaar
als volwaardig lid van het pleeggezin
mag meedoen met het gezinsgebeur-
en. Je blijft een vreemde in de bijt van
de gezellige vijver, hoe graag je ook
zou willen dat het anders is. Dat ge-
voel zal, met een beetje extra krom-
me pech, je brengen tot onaangepast
gedrag dat als het lang genoeg aan-
houdt kan leiden tot het vrolijk uit de
vijver jagen van jou als rare pleeg,
want een stoorsteen in de vijver,
daar zitten die in beginsel heus echt
waar lieve pleegmensen mooi niet
op te wachten, het moet natuurlijk
wel hún zeer zorgvuldig ingeleefde
kabbelvijver blijven waar al te grove
of onverwachte rimpelingen danig
niet beleefd willen/kunnen worden.

Met als gevolg dat je als weggejaag-
de en opnieuw tot ‘weeskind’ gebom-
bardeerde de vraag ‘Mag ik bij jullie
wonen?’ uit het begin van dit schrijf-
sel nog eens moet stellen totdat het
(bij het betreden van een nieuwe
vijver) als ware het een wet van Me-
den en Perzen wederom gedonder
geeft in de o zo lieflijke kabbelvijver.

Kortom als pleegkind…

En godver er komen ook nog eens
gedichtjes van als eh onderstaand:

Wijzigingen opgeslagen

de eerste kik van jouw bestaan
enter kwam enter via moeder
enter ze zocht de warmte elders
enter jij dronk je koud aan bier
enter duwde haar op een nacht
buiten enter om het tuinhekje
te sluiten enter in de sneeuw
enter op blote voeten enter want
enter in het café was jij de King
enter kon de witte en rode ballen
goed bespelen enter dus te laat
in dikke roes naar huis enter om
nog een overwinning te behalen

enter
enter

op een sinterklaasavond voor
het raam enter ging jij enter in
je eentje op je troon gezeten
enter gewoon wat dood enter 
en werd per vreemde handen
enter geruisloos enter, enter,

opgeruimd

Werner Spaland