Skip to content

Brief (127) uit Schiedam

Aangeklede botten in een opgeverfd kistje van spaanplaat.

Volgens mij kan ik, net als Moeder T.,
heilig verklaard worden door de Paus.
Want net als Moeder  T. heb ik wond-
eren verricht in mijn leven.

Wel meer dan de benodigde twee zelfs.

Zo heb ik, net als Moeder T., iemand
binnen zes uur genezen, en wel van
een misselijkheid voortgekomen uit
een kater, door hem van een paar bier-
tjes te voorzien die ik als door een
Godswonder in huis had, en zie; de
kater rapte als bij wonder weg. Net
als Moeder T.  heb ik een tweede ge-
nezing tot stand gebracht door ie-
mand wiens haar constant voor zijn
ogen hing zodat hij overal tegenaan
liep en overal intrapte de haren af te
knippen en zie ook een tweede wonder
geschiedde; hij zag de wereld weer
zoals die was en liet zich geen kruis-
houtjes voor citroenen meer verkopen.

Verder heb ik braafchristelijk nooit
naar een dikke buidel gestreefd, ten-
minste niet openlijk, in mijn onder-
buik ja daar woelde wel eens een
heimelijk verlangen naar zo’n rijk-
gegroeide bankrekening maar dat
heb ik sneaky in het openbaar altijd
mooi weg weten te verbloemen door
het dapper eten van broodjes vol
tevredenheid*. En ook net als Moe-
der T. heb ik de armen geholpen
door ze nooit een cent te geven op-
dat ze Goddank niet zo hebzuchtig
zouden worden als de rijken waar-
bij ze ha ook nog eens beschermd
werden tegen al te liederlijk gedrag
en dus voor zeker naar een lekker
plaatsje in de hemel leefden. Ver-
volgens heb ik ook nog eens nooit
iemand…

Enfin de Paus hoeft bij mij niet met
een toverlampke naar een tweede
wonder te zoeken, hij heeft ze God-
allemachtig zo hup voor het grijpen.

* Broodje zonder beleg.

Werner Spaland

Advertenties

Brief (126) uit Schiedam

Hebben we jarenlang van de partij met de roos
kunnen genieten al is het genot de laatste tijd
geslonken van een brede rivier naar een arme-
tierig drooggelopen beekje, krijgen we potver
er nog een partij bij met een roos! Jazeker, nog
een roos! Een roos genaamd Jan. Een Jan die,
omdat hij beslist vindt dat hij de juiste roos is
voor het juiste bed, zich bij de VNL gevoegd
heeft  om eens een stevig stel politiekspijkers
met straalkoppen door de tweede kamer te
jassen. Uiteraard niet geheel zonder de aan
hem welklevende en zo bekende humor die
hem past als een condoom lekker vet over
een partijprogramma getrokken, zo vindt hij,
nee zeker niet, hij zal er staan als een roos die
alle honingzuigers met een lach van zich af zal
grappen om maar zo lang mogelijk de humor-
roos te blijven die hij al jaren is, al is het dan
in een ander en ietwat keuriger aangeharkt
perkje dan dat pow onderhemdhoopje waarop
hij eerder o zo humorvol, zo zegt hij zelf, tot
in de hoeken van het heelal mocht schitteren.

Benieuwd hoe lang het duurt voordat de humor
van deze Roos zal zijn verlept naar huiliehuilie.

Werner Spaland

Brief (125) uit Schiedam

Politiek

Geert Wilders smeert een A-viertje vol islammetjes
Rutte beloofd niet meer te zullen beloven de SP wil
zorgen voor de zorg zonder marktkramp D66 wil
iedereen wel professor maken en het CDA houdt
nog even het bekkie indachtig de woorden van Jezus
dat de laatsten de eersten zullen zijn, Jesse ligt nog
wat in het zomergras na te genieten op het door zijn
partij eh… zo kras bewaakte groen en 50 + is de grijze
haren in het land aan het tellen waarbij er op wordt
toegezien dat elke grijskop in het land grijs blijft en
er  niet geblondeerd wordt want dan verliezen ze hun
geloofwaardigheid om de AOW terug te brengen
naar 65 jaar en kan hun Henk Krol voor de zoveel-
ste maal zijn verontwaardigde biezen pakken. De
paar partijtjes die nog overblijven zijn zo klein dat
hun gepiep niet verder klinkt dan tot het kringetje
eigen gelikte muizen en dus alleen in een bijrolletje
wat aan de randen van de politiek mogen knagen.

Kortom, er is heus wel wat te kiezen.

Weliswaar pas over een half jaar, maar een keuze
maken doe je natuurlijk niet zo een twee drie met
zulk een bulk aan bestuursgenieën, dan wil je eerst
nog een flink tijdje wat politieke jeuksprongetjes
zien van bovengenoemden. Het liefst met behulp
van een lachwekkend rugkrabbertje gemaakt van
heel zacht rubber zodat ze hun sprongetjes door
de niet weg te werken jeuk zo lang  mogelijk blijven
huppen op de televiesbuis.

Daarna begint de zomer alweer bijna, en hoef je
alleen nog te geloven in een danig warm zonnetje.

Ha, ik ga eens stevig onbevangen genieten van de
komende weggeefshow vol liefsigaartjes uit eigen
doos.

Werner Spaland

Brief (124) uit Schiedam

Schoonheid is een kekke zeef.

Dus wat zal ik me daar dichten
over felle deurdrangers zonder
deur over neusloze neushoorns
over feestvrees te dopen in drank
over een vliegtuig dat godver wèl
neerstort omdat dat nu eenmaal
gebeurt met machines die per se
vogels willen nadoen over een
bom die met een knal voor zichzelf
kan spreken tegen bij voorbeeld
een buurland waarmee een roerend
conflictje is uit te vechten over dat
alles zwart kan worden als de zon
er de brui aan geeft waar de maan
dan duister om zal glimlachen over
koetjes en kalfjes die van belang
zijn voor het op gang houden van
de taal om te blijven geloven in
verhaaltjes onder de kerstboom
waar ook wel eens een haan
kraaiend een vaas omstoot die
precies tegen de lamp valt waarvan
het licht in duigen sterft en de hele
boel een fiks dipje bezorgt zelfs tot
op Vaderdag als moeder in haar
keuken bezig gaat zijn met roze
korrels uit een pakje die ze een
uurtje of wat geleden al uit het
pakje had moeten schudden tot
iets eetbaars waar vader een tik-
kel van opfleurt op een manier dat
er ook niet per se hoeft gedicht
over sussen waarvan de wangen
rond en rond gaan gulpen als eh
dazig rollende komkommers ter
duiding als waren ze wezens die
een zakje veel te zoute drop naast
een vers kopje uitverkoren koffie
zijn te zijn op een tafel waarom-
heen een huis is gebouwd vol verplicht
gezellig met veel splinterlicht om zo
de verstikkende twijfel buiten de deur
te houden tijdens volzwoele zomer-
avonden zwaar ronkend van valse
droomstart vragend om een reddend
boek vol odes aan vlotte postbodes
die ieder zelf aangemeten koninkrijk
voor een dunne brief kunnen verruilen
waarin geschreven staat dat het in het
begin wel aardig en simpel glijden was
maar dat er nu beter zwarte spijker-
gympies kunnen aangeschaft en ook
dat de haren weer korter moeten en
literatuur is gif ofwel godver wat zal
ik me daar dichten.

Brief (123) uit Schiedam

Pleegkind: Mag ik bij jullie wonen?

Een schrijnende zin?

Onlangs las ik hem, die zin, stond
op de voorkant van de bijlage van
een bekende krant.

Een pakkende zin in ieder geval.

Maar wat zal je er mee te doen?

Even een potje schrijnen en hup weer
op weg naar een volgend schrijnpunt?
Snel zo’n pleeggeval in huis nemen?
En daarna wellicht nog een omdat
dat veel gezelliger is voor het eerste
geval? Of misschien helemaal niks
met zo’n vraag als hierboven doen?

En dan, er zijn toch kindertehuizen.

Een pleegkind namelijk, ik ben er niet
voor in de wieg gelegd. Zo’n verloren
kind te plegen, daar is mijn kop niet
geschikt voor. Ik heb zelf graag geen
kinderen omdat het niet geschikte van
mijn kop in mijn brein geramd staat als
een brulboei op volle toeren. En ook,
zal ik me daar ff de geboorte-ellende
van een ander op het al zo erg door
het leven bedrukte halsje halen zeg.

Alle lof natuurlijk voor de mensen die
dat wel doen, zo’n kind in huis halen!

Overigens ben ik zelf ook gepleegd in
vroeger jaren, ik ben dus met dit alles
zeer bekend en ik zou een kind die zo’n
zin de wereld ingooit toch wel graag op
wat dingetjes willen wijzen zodat het wat
meer gepanserd de pleegonderneming
kan ondergaan. Want je wordt als pleeg
nooit een volwaardig lid van zo’n ge-
zin. Altijd voel je onderhuids dat er iets
niet klopt met dat zo liefelijke plegen,
dat er geen onvoorwaardelijke band is
met de pleegmensen zoals je dat met
een paar eigen ouders kan hebben,
dat je toch altijd in de pleegvijver een
extra zetje moet ploeteren om je eigen
golfje te krijgen waarop je schijnbaar
als volwaardig lid van het pleeggezin
mag meedoen met het gezinsgebeur-
en. Je blijft een vreemde in de bijt van
de gezellige vijver, hoe graag je ook
zou willen dat het anders is. Dat ge-
voel zal, met een beetje extra krom-
me pech, je brengen tot onaangepast
gedrag dat als het lang genoeg aan-
houdt kan leiden tot het vrolijk uit de
vijver jagen van jou als rare pleeg,
want een stoorsteen in de vijver,
daar zitten die in beginsel heus echt
waar lieve pleegmensen mooi niet
op te wachten, het moet natuurlijk
wel hún zeer zorgvuldig ingeleefde
kabbelvijver blijven waar al te grove
of onverwachte rimpelingen danig
niet beleefd willen/kunnen worden.

Met als gevolg dat je als weggejaag-
de en opnieuw tot ‘weeskind’ gebom-
bardeerde de vraag ‘Mag ik bij jullie
wonen?’ uit het begin van dit schrijf-
sel nog eens moet stellen totdat het
(bij het betreden van een nieuwe
vijver) als ware het een wet van Me-
den en Perzen wederom gedonder
geeft in de o zo lieflijke kabbelvijver.

Kortom als pleegkind…

En godver er komen ook nog eens
gedichtjes van als eh onderstaand:

Wijzigingen opgeslagen

de eerste kik van jouw bestaan
enter kwam enter via moeder
enter ze zocht de warmte elders
enter jij dronk je koud aan bier
enter duwde haar op een nacht
buiten enter om het tuinhekje
te sluiten enter in de sneeuw
enter op blote voeten enter want
enter in het café was jij de King
enter kon de witte en rode ballen
goed bespelen enter dus te laat
in dikke roes naar huis enter om
nog een overwinning te behalen

enter
enter

op een sinterklaasavond voor
het raam enter ging jij enter in
je eentje op je troon gezeten
enter gewoon wat dood enter 
en werd per vreemde handen
enter geruisloos enter, enter,

opgeruimd

Werner Spaland

Brief (122) uit Schiedam

Een tijdje geleden gehoord dat de nationale
voetballoeikont bij de NOS zal verdwijnen.

Een groot verlies?

Ballen, om maar wat te noemen, kropen,
wat mij betreft, na  vreugdevol in het net
geploft te zijn, veelal beschaamd weg in
het uiterste hoekje van datzelfde net om
toch vooral het gebrul, na een goal, van
de loeiman niet te hoeven meebeleven.
Spijtig genoeg werd zo’n bal voordat de
voetballoeier zichzelf door ademnood
genoodzaakt zag zijn loei in te tomen
veel te rap uit ’t beschermende schaam-
hoekje geplukt door een van de spelers
die geen enkele moeite scheen  te hebben
met dat loeigeluid uit de bruller gestoten
alsof ie ha net zelf dat zo geweldige doel-
punt had gemaakt.

Maar er is hoop; de schreeuwbak ver-
dwijnt namelijk niet helemaal van het
scherm. Wel moet er nu geld neergeteld
om hem te zien en vooral te horen. Na
een stevig smakje aan betaling kan
je waarlijk fijn schreeuwontvankelijk
nog genieten van deze overheerlijke
nationale geluidsbron.

Hoewel.

De laatste tijd valt er weinig te  loeibrullen
voor Jack bij dat tegenvallende Nederland-
se elftal.

En toch betalen dus!

En u las hem vast al aankomen:

GEEN CENT VAN MIJ UITERAARD!

Toch moet ik hem zonder mijn centen al-
maar meebeleven, die verschrikkelijke
schreeuwman, omdat zijn populaire loei
overal maar werd/ wordt aangehaald.
Mijn televisie krimpt daarbij steevast
ineen, overvallen als het ding zich voelt
door dat steeds maar weer terugkerende
orkaan van geluid.

IK EN MIJN TELEVISIE WE HOUDEN
ER FF NIET VAN, VAN VOETBAL!!!!!

Dus dit maar even:

Het spel

20 spelers en 2 keepers en
een scheidsrechter en
2 grensrechters en

een veld en gras en doelpalen en
cornervlaggen en camera’s
en
publiek en het weer en voorvocht

beleven zich warm

spieren zwellen
kuiten spannen
voeten knellen

en kranig de start

en de bal die rolt
gans het rennen
tot aan kriskras en

dan

de fluit

waarna stilstand

Iets voor Jack om te lezen tussen twee brullen in?

Werner Spaland

Brief (121) uit Schiedam

100 % Katoen

Juni, de zon is er, en er zijn terrasjes.

Er is ijs genoeg.
Er is bier genoeg.
Er is wijn genoeg.

Hartige hapjes geen probleem.

Er zijn boten.
Er zijn bootvluchtelingen.
Er zijn dode bootvluchtelingen.

Juni, de zon is er, en er zijn terrasjes.